2 Samuël 22:1
Merk hier op:
1. Dat het dikwijls het lot is geweest van Gods volk om vele vijanden te hebben en in dreigend gevaar te zijn in hun handen te vallen. David was een man naar Gods hart, maar niet naar der mensen hart, velen hebben hem gehaat en zijn verderf gezocht, inzonderheid wordt Saul genoemd, hetzij:
a. Als onderscheiden van zijn vijanden onder de heidense volken, Saul haatte David, maar David heeft Saul niet gehaat, en daarom wilde hij hem niet onder zijn vijanden rekenen, of liever:
b. Als de voornaamsten van zijn vijanden, die kwaadwilliger en machtiger was dan al de anderen. Laat hen, die door God worden bemind, er zich niet over verwonderen zo de wereld hen haat.
2. Zij, die op God vertrouwen in de weg des plichts, zullen Hem een hulp vinden in benauwdheden en in de grootste gevaren. David deed dit, God heeft hem verlost uit de hand van Saul, daar neemt hij zeer bijzonder nota van, merkwaardige bewaringen moeten met bijzondere nadruk in onze dankzegging worden vermeld. Hij heeft hem ook verlost uit de hand van al zijn vijanden, van de ene na de andere, soms op die wijze, dan wederom op een andere wijze, en uit zijn eigen ervaring heeft David ons verzekerd: "Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen, maar uit alle die redt hem de Here," Psalm 34:20. Eer wij in de hemel zijn, zullen wij nooit van al onze vijanden verlost worden, en voor dat hemels koninkrijk zal God al de Zijnen bewaren, 2 Timotheus 4:18.
3. Zij, die veel uitnemende zegeningen van de Here hebben ontvangen, moeten er Hem de eer voor geven. Iedere nieuwe zegen in onze hand behoort een nieuw lied te leggen in onze mond, lofliederen ter ere van onze God. Waar een dankbaar hart is zal uit de overvloed van dat hart de mond spreken. David sprak niet voor zichzelf en alleen voor zijn eigen genoegen, of tot de hem omringenden, alleen tot hun onderrichting, maar tot de Here tot Zijn eer, de woorden des lieds. Wij zingen Godvruchtiglijk als wij de Here zingen. In benauwdheid "riep hij tot de Here met zijn stem," Psalm 142:2, daarom heeft hij ook met zijn stem Gode dank toegebracht. Dat is de lieflijkste muziek.
4. Wij moeten spoed maken met onze dankerkentenis aan God uit te spreken, ten dage als de Here hem verlost had, sprak hij de woorden dezes lieds. Laat terwijl de zegen nog nieuw is, en wij onder de indruk er van zijn, het dankoffer gebracht worden om aangestoken te worden met het vuur van onze dankbare liefde.