2 Samuël 17:1-14
Absalom is in het vreedzaam bezit van Jeruzalem, zijns is het koninkrijk paleis en de stoelen des gerichts, de stoelen van het huis van David Zijn Godvruchtige vader heeft meer dan zeven jaren te Hebron geregeerd, en alleen over de stam van Juda, en had geen haast om zijn mededinger te verdringen, zijn regering was gegrond op een Goddelijke belofte, van welker vervulling ter bestemder tijd hij zeker was, en daarom heeft hij geduldig gewacht. Maar de jongeling Absalom haast zich niet slechts van Hebron naar Jeruzalem, maar is daar ongeduldig, hij kan niet rusten voordat hij zijn vader had verdelgd, hij kan niet tevreden zijn met zijn troon, hij moet ook zijn leven hebben, want zijn regering is gegrond in ongerechtigheid, en voelt zich dus wankelen, en daarom denkt hij verplicht te zijn geweld te gebruiken. Dat zo'n lage ellendeling als Absalom was, het op de troon van zo'n Godvruchtige vader gemunt had is niet vreemd-er zijn hier en daar monsters in de natuur-maar dat het gros van het volk Israëls, voor hetwelk David in alle opzichten zo'n grote zegen is geweest, er zich met hem in zou verenigen, dat is zeer verbazingwekkend. Maar hun vaderen hadden dikwijls tegen Mozes gerebelleerd. De beste ouders en de beste vorsten zullen het niet vreemd vinden, als zij verontrust worden door hen, die hun steun en hun blijdschap moesten wezen, als zij bedenken welke zonen en welke onderdanen David zelf gehad heeft.
I. David en allen, die hem aanhangen, moeten gedood worden. Dat wordt besloten, voorzoveel blijkt "nemine contradicente-met algemene stemmen." Niemand durft van zijn persoonlijke verdiensten gewagen, noch van de grote diensten, die hij den lande bewezen had, in oppositie tegen dat besluit, men durft niet eens vragen: " Wat kwaads heeft hij dan gedaan om zijn kroon te verbeuren, en veel minder nog zijn hoofd?" Niemand durft met het voorstel komen, om het bij zijn verbanning te laten blijven voor het ogenblik, of dat er agenten zullen gezonden worden, om met hem te onderhandelen over de afstand van de regering, waartoe zij, wijl hij zo gedwee die stad had verlaten, konden denken hem wel bereid te zullen vinden. Het was nog niet lang geleden dat Absalom zelf gevlucht is, omdat hij een misdaad had begaan, en David vergenoegde zich met zijn ballingschap, hoewel hij de dood had verdiend, ja hij treurde over hem, en verlangde naar hem, maar zo volkomen is deze ondankbare Absalom ontbloot van alle natuurlijke liefde, dat hij ten enenmale dorst naar zijns vaders bloed. Het is onbetwistbaar: David moet verdelgd worden, de vraag is maar: Hoe zal het gedaan worden?
1. Achitofels raad is, hem terstond te vervolgen, nog in die eigen nacht, met een vliegend leger, waarover hijzelf het bevel op zich zal nemen, dat alleen de koning gedood zal worden en zijn krijgsmacht verstrooid, dan zal het volk, dat nu met hem is, naar Absalom overgaan, en zo zal er niet zo'n langdurige krijg wezen als tussen het huis van Saul en David, vers 1-3. De man, die gij zoekt, is gelijk het wederkeren van allen. Hieruit blijkt, dat Absalom verklaard had het op Davids leven gemunt te hebben, en Achitofel stemt met hem in: Sla de herder en de schapen zullen verstrooid worden, en een gemakkelijke prooi zijn voor de wolf. Aldus wil hij de oorlog tot een kleine omvang beperken, door noch met kleinen noch met groten te strijden, maar alleen met de koning Israëls, en hem binnen zeer korte tijd te beëindigen, door hem nu terstond te overvallen. Niets zou aan David noodlottiger kunnen zijn dan deze maatregelen, als zij uitgevoerd werden. Het was maar al te waar, dat hij moede en slap van handen was, dat het minste hem verschrikt zou hebben, want anders zou hij niet op het eerste schrikgerucht van Absaloms rebellie uit zijn huis gevlucht zijn. Het was waarschijnlijk genoeg dat op een verwoede aanval, inzonderheid in de nacht, zijn kleine krijgsmacht in verwarring zou worden gebracht, en dan zou het gemakkelijk wezen om alleen de koning te slaan. De zaak was dan afgedaan, het gehele volk zou dan ten ondergebracht zijn, al het volk, zegt hij, zal in vrede zijn. Zie hoe een algemeen verderf door overweldigers een algemene vrede genoemd wordt, maar aldus is des duivels paleis in vrede, zolang hij als een sterk gewapende het bewaakt. Vergelijk hiermede het komplot van Kajafas (dien tweede Achitofel) tegen de Zone Davids, om Zijn invloed te vernietigen door Hem te doden. "Laat die ene mens sterven voor het volk," Johannes 11:50. Laat ons de erfgenaam doden, en zijn erfenis zal onze zijn. Maar beider raad werd in zotheid verkeerd. Toch kunnen de kinderen des lichts in hun geslacht wijsheid leren van de kinderen van deze wereld. Laat ons wat onze hand vindt om te doen, spoedig doen, en met al onze macht. Het is verstandig om krachtig en vaardig te wezen, en geen tijd te verliezen, inzonderheid niet in onze geestelijke krijg, als Satan van ons vliedt, zo laat ons onze slag opvolgen.
2. Zij, die met gekroonde hoofden getwist hebben, hebben gewoonlijk de welvoeglijkheid betracht, om zich alleen tegen hun verkeerde raadslieden te verklaren, en deze tot verantwoording te roepen, de koning kan geen kwaad doen, zij-de verkeerde raadslieden-doen het, maar Absaloms schaamteloze schurkerij treft de koning zelf, ja de koning alleen, want (zou men het willen geloven?) dat zeggen: ik zal de koning alleen slaan, behaagde hem, vers 4, er was zelfs niet zoveel besef van eer en deugd in hem overgebleven om voor te wenden, dat hij hiervoor terugschrikte, of zelfs te aarzelen of enigszins afkerig te zijn van dit barbaars en monsterachtig besluit. Welk goed kan bestaan blijven tegen de hitte van een heftige eerzucht?
II. Husai adviseert dat zij niet al te haastig moeten zijn om David te vervolgen, maar de tijd moeten nemen om hun gehele krijgsmacht bijeen te brengen teneinde hem door hun grotere getalssterkte te verpletteren, zoals Achitofel dit gewild had door hem plotseling te overvallen. Nu heeft Husai met die raad te geven in werkelijkheid bedoeld David te dienen en zijn belangen te bevorderen, door de tijd te hebben om David bericht te zenden van de maatregelen, die genomen werden, zodat David de tijd zou hebben om een leger te verzamelen en zich naar het Overjordaanse te begeven, want in die verwijderde landstreek zal Absalom de minste invloed hebben. Niets kon voor David toen voordeliger zijn, dan tijd te hebben, en om hem die te geven raadt Husai Absalom aan om niets roekeloos te ondernemen, maar zeer voorzichtig te werk te gaan en zijn succes te verzekeren door zich eerst te versterken.
1. Absalom gaf aan Husai de gelegenheid om zijn advies uit te brengen. Al de oudsten van Israël keurden Achitofels raad goed, maar God bestuurde het hart van Absalom om er niet naar te handelen, voordat hij Husai geraadpleegd had, vers 5, laat ons ook horen wat hij zegt. Hierin dacht hij wijselijk te handelen (twee hoofden zijn beter dan een) maar God vangt de wijzen in hun arglistigheid.
2. Husai voerde goede redenen aan voor hetgeen hij zei.
A. Hij sprak tegen Achitofels raad en toonde aan hoe gevaarlijk het was hem te volgen. Het is met bescheidenheid en alle mogelijke eerbied voor Achitofels algemeen erkende schranderheid, dat hij verlof vraagt om van hem te verschillen, vers 7. De raad van Achitofel is gewoonlijk de beste, en die men gerust kan volgen, maar met verlof van dit zeer geachte medelid moet hij nu de mening uitspreken, dat zijn raad ditmaal niet goed is, want het was volstrekt niet veilig om zo grote belangen waar het nu om ging in de waagschaal te stellen door met zo'n klein getal van soldaten op te trekken, en met zo'n haastige aanval als waartoe Achitofel adviseerde, laat ons gedenken aan Israëls nederlaag voor Ai, Jozua 7:4. Er zijn dikwijls kwade gevolgen uit voortgekomen, als men de vijand te gering geacht heeft. Zie hoe schijnbaar aannemelijk Husai's redenering is.
a. Hij legt er sterk de nadruk op, dat David een zeer bekwaam en geducht krijgsman was, een man van groot beleid, moed en ervaring, iedereen wist en erkende dit, ook Absalom zelf. Uw vader is een krijgsman, vers 8, een held vers 10, en niet zo moede en slap van handen als Achitofel denkt. Zijn verlaten van Jeruzalem moet toegeschreven worden, niet aan zijn lafhartigheid, maar aan zijn voorzichtigheid.
b. De mannen die met hem zijn, zijn wel weinig in aantal, maar het zijn dappere mannen, vers 10, mannen van vermaarde kloekmoedigheid, zeer bedreven in de krijgskunst. Achitofel, die meer staatsman dan krijgsman is, zou bevinden dat hij niet tegen hen is opgewassen. Een van hen zou er duizend jagen.
c. Zij waren allen verbitterd op Absalom, die de bewerker was van al dat kwaad, zij zijn bitter van gemoed, en zullen met de uiterste woede strijden, zodat niemand bestand zal zijn tegen hun moed en tegen hun woede, inzonderheid niet de onbedreven soldaten, waaruit Absaloms leger bestond. Aldus stelt hij hen even geducht voor, als Achitofel hen zwak en verachtelijk had voorgesteld.
d. Hij geeft het vermoeden te kennen dat David en sommigen van zijn mannen waarschijnlijk ergens in hinderlaag liggen, in een van de holen of andere besloten plaatsen, en Absaloms soldaten plotseling zouden overvallen voordat deze het wisten, de schrik zou hen dan op de vlucht doen slaan, en die nederlaag, al was het dan ook maar van een kleine afdeling des legers, zou de overigen ontmoedigen, inzonderheid daar hun eigen geweten hen van verraad zou beschuldigen tegen een man, die zij wisten niet alleen Gods gezalfde te zijn maar ook een man naar Gods hart, vers 9. "Spoedig zal men zeggen dat er een slachting is aangericht onder Absaloms mannen, en dan zal ieder zijn heil zoeken in de vlucht, en zelfs het hart van Achitofel, dat nu als een leeuwenhart is, zal ten enenmale versmelten. Kortom, hij zal het niet zo gemakkelijk vinden om met David en zijn mannen te strijden als hij denkt en als hij het onderspit delft, dan zijn zij allen verloren".
B. Hij bracht nu zijn eigen advies uit en gaf er zijn redenen voor, en:
a. Hij adviseerde wat hij wist Absaloms ijdelheid te zullen strelen, hoewel het zijn belangen niet werkelijk bevorderde.
Ten eerste. Hij raadt aan dat geheel Israël bijeen zal vergaderd worden, dat is: de strijdmacht van al de stammen. Dat hij aanneemt dat zij allen voor hem zijn, en hem de gelegenheid geeft om hen allen onder zijn bevel te zijn, zal hem meer strelen dan wat het ook zij.
Ten tweede. Hij adviseert dat Absalom in persoon ten strijde zal trekken alsof hij hem voor een beter krijgsman hield dan Achitofel, meer geschikt om het bevel te voeren en de eer van de overwinning te hebben waarmee hij ook te kennen geeft dat Achitofel hem minachting betoond heeft door zijn aanbod om zonder hem te gaan. Zie hoe gemakkelijk het is hoogmoedige mensen te bedriegen door hun ijdelheid te strelen en hun hoogmoed te voeden. b. Hij ried ten laatste aan wat het succes onfeilbaar scheen te verzekeren, zonder daarbij aan enigerlei gevaar te zijn blootgesteld. Want als zij zo'n groot aantal krijgslieden op de been konden brengen, als waarmee zij zich vleiden, dan zouden zij David, waar zij hem ook aantroffen, gewis verpletteren.
Ten eerste. Zo zij hem aantroffen in het veld dan zouden zij hem overvallen, gelijk als de dauw op de aardbodem valt, en al zijn mannen met hem nederhouwen, vers 12. Niet een van hen zal overgelaten worden. Misschien was Absalom meer ingenomen met het plan om al de mannen te doden, die bij hem waren, daar hij een bijzondere afkeer had van sommigen van Davids vrienden, dan met Achitofels plan om alleen de koning te slaan. Aldus bereikte Husai zijn doel door hem aan te moedigen in zijn wraakzucht zowel als in zijn hoogmoed.
Ten tweede. Troffen zij hem aan in een stad, dan behoefden zij niet te vrezen dat zij hem niet zouden bemachtigen. want zij zouden, indien het nodig was, handen genoeg hebben, om de stad zelf met koorden in de beek te trekken, vers 13. Dit vreemde denkbeeld, hoe onuitvoerbaar ook, vermaakte hen daar het nieuw was, het prikkelde hun verbeelding, zij zullen wel allen geglimlacht hebben over die inval.
Door al die kunstgrepen verkreeg Husai niet alleen Absaloms goedkeuring van zijn advies, maar ook de instemming van geheel die grote krijgsraad. Allen kwamen overeen dat Husai's raad beter was dan die van Achitofel, vers 14. Zie hier:
Ten eerste. Hoeveel de staatkunde van de mens vermag. Indien Husai daar niet geweest ware, dan zou Achitofels raad gewis overmocht hebben, en niets kon ook werkelijk meer in het belang van Absalom geweest zijn, dan hetgeen hij aanried, toch brengt Husai hen allen over naar zijn mening, en niemand hunner bespeurt dat hij dit alles zegt ten voordele van David en zijn zaak, maar allen zeggen wat hij zegt. Zie, hoe het niet-denkende deel van de mensheid bedrogen wordt door het listige deel van het mensdom, welke werktuigen, welke dwazen voorname mannen door hun listen en kuiperijen van elkaar maken, welke streken en behendigheden in hoven en raadsvergaderingen gebruikt worden! Diegenen zijn het gelukkigst, die er het minst mee bekend of vertrouwd zijn.
Ten tweede. Zie hoe oneindig veel meer de voorzienigheid Gods doen kan. Husai heeft met behendigheid het plan volvoerd, maar het succes wordt aan God toegeschreven, aan Zijn werking op de geest van hen, die er bij betrokken zijn: De Here had het geboden om de goeden raad van Achitofel te vernietigen. Zij het opgemerkt ter vertroosting van allen, die God vrezen: Hij leidt der mensen harten als waterbeken, hoewel zij de gedachten des Heren niet kennen. God staat in de vergaderingen Gods, Hij oordeelt in het midden van de goden, heeft een alles besturende hand in al hun raad, en een stem tegen al hun besluiten Hij lacht over der mensen plannen en raadslagen tegen Zijn Gezalfde.