2 Samuël 14:28-33
Drie jaren had Absalom in ballingschap doorgebracht bij zijn grootvader, en twee jaren als gevangene op vrije voeten in zijn eigen huis, en in die beide toestanden wordt hij beter behandeld dan hij verdiend had, maar zijn hart is nog niet verootmoedigd, zijn hoogmoed niet ternedergeworpen, en, inplaats van dankbaar te zijn dat hem het leven gespaard is, acht hij zich grotelijks verongelijkt omdat hij niet in al zijn ereplaatsen aan het hof is hersteld. Indien hij waarlijk berouw had gehad van zijn zonde, dan zou zijn afwezigheid van de hoffeesten, en zijn eenzaamheid en afzondering in zijn eigen huis, inzonderheid wijl hij toch te Jeruzalem, de heilige stad, was, hem zeer aangenaam geweest zijn. Als een moordenaar in het leven moet blijven, zo laat hem altijd in afzondering leven. Maar Absalom kan die rechtvaardige en zachte vernedering niet dragen, hij verlangt des konings aangezicht te zien, voorgevende dat het was omdat hij hem liefhad, maar in werkelijkheid omdat hij naar een gelegenheid zocht om hem te verdringen. Hij kan zijn vader geen kwaad doen, voordat hij met hem verzoend is, dit is dus nu het eerste bedrijf van het komplot, deze adder kan niet weer bijten, voordat hij aan zijns vaders hart verwarmd is. Hij bereikte zijn doel, niet door voorgewende onderworpenheid en beloften van verbetering, maar -zou men het willen geloven? -door belediging en kwaad doen.
1. Door zijn onbeschaamdheid tegenover Joab, bracht hij deze terstond tot zich. Eenmaal en nogmaals had hij om Joab gezonden dat deze tot hem zou komen om met hem te spreken, (want tot hem gaan durfde hij niet) maar Joab wilde niet komen, vers 29, waarschijnlijk omdat Absalom hem niet zoveel dankbaarheid betoonde als hij moest voor zijn vriendelijkheid van hem weer naar Jeruzalem teruggebracht te hebben, hoogmoedige mensen beschouwen elke dienst, die men hun bewijst, als iets dat men hun verschuldigd is. Men zou gedacht hebben dat iemand in Absaloms omstandigheden een vriendelijke boodschap aan Joab gezonden zou hebben, hem een ruime beloning zou hebben aangeboden, want hovelingen verwachten dit, maar inplaats hiervan gebiedt hij zijn dienaren Joabs korenveld in brand te steken, vers 30, een daad zo boosaardig als hij maar bedenken kon. Simson heeft geen groter kwaad dan dit kunnen bedenken om aan de Filistijnen te doen. Het is vreemd dat Absalom dacht, dat hij door aan Joab kwaad te doen, hem zou bewegen om hem een vriendelijkheid te bewijzen, of zich zou aanbevelen in de gunst van zijn vorst of zijn volk, door zich zo boosaardig te tonen, en zo'n vijand van het algemene welzijn, want het vuur had zich naar andere korenvelden kunnen verspreiden. Toch heeft hij Joab hier werkelijk door tot zich gebracht, vers 38. Zo brengt God door beproevingen hen tot zich, die zich ver van Hem hebben gehouden. Absalom was door de wet verplicht schadevergoeding te geven, Exodus 22:6, maar wij bevinden niet dat hij het aangeboden of dat Joab het geëist heeft. Joab heeft misschien gedacht dat hij zijn weigering om met hem te gaan spreken niet kon rechtvaardigen, en daarom heeft Absalom gedacht dat hij deze manier om hem tot zich te doen komen wel kon rechtvaardigen. En nu ziet Joab niet slechts deze belediging over het hoofd, (misschien was hij verschrikt door Absaloms verbazende stoutmoedigheid en woede, en vrezende dat hij genoeg invloed op het volk had verkregen, dat zij hem ook in de vermetelste daden en ondernemingen zouden steunen, want anders zou hij dit nooit gewaagd hebben) maar gaat ook zijn boodschap doen bij de koning. Zie wat sommige mensen niet al doen kunnen door dreigementen, en door zich hoog en trots aan te stellen.
2. Door zijn onbeschaamde boodschap (ik kan haar met geen betere naam bestempelen) aan de koning, herkreeg hij zijn plaats aan het hof, om des konings aangezicht te zien dat is: om geheim raadsheer te worden, Esther 1:14.. a. Zijn boodschap was trots en gebiedend, zeer weinig gepast voor een zoon of voor een onderdaan, vers 32. Hij onderschatte de gunst, die hem bewezen was in zijn terugroeping uit de ballingschap en vergunning om in zijn eigen huis weer te keren en dat nog wel in Jeruzalem. Waarom ben ik van Gesur gekomen? Hij loochent zijn eigen misdaden hoewel zij algemeen bekend waren, en wil niet erkennen dat er enigerlei ongerechtigheid in hem was, en geeft dus te kennen dat hem onrecht was aangedaan in de bestraffing, waaronder hij lag. Hij tart des konings gerechtigheid, "hij dode mij, indien hij dit van zich kan verkrijgen", wetende dat hij hem daar al te lief voor had.
b. Toch heeft hij door deze boodschap zijn doel bereikt, vers 33. Davids sterke genegenheid voor hem heeft in dat alles de taal gezien van grote eerbied voor zijn vader en een vurige begeerte naar zijn gunst, terwijl zij, helaas, niets minder dan dat was. Zie hoe licht wijze en goede mensen bedrogen kunnen worden door hun eigen kinderen, die kwade bedoelingen hebben, inzonderheid als zij een blinde liefde voor hen koesteren. Door de houding van zijn lichaam betuigde Absalom onderdanigheid aan zijn vader, hij boog zich voor hem op zijn aangezicht ter aarde, en David heeft met een kus zijn vergiffenis bezegeld. Hebben de ingewanden van de barmhartigheid eens vaders hem bewogen om zich met een onboetvaardige zoon te verzoenen, en zullen dan berouwvolle, boetvaardige zondaren twijfelen aan de ontferming van Hem, die de Vader is van de barmhartigheid? Als Efraïm zich beklaagt dan zal God hem spoedig beklagen, met al de vriendelijke uitdrukkingen van een vaderlijke tederheid: "hij is mij een dierbare zoon, een troetelkind," Jeremia 31:20.