2 Petrus 2:4-6
De mensen zijn geneigd te denken, dat uitstel een voorbode van vergeving is, en dat, wanneer een oordeel niet spoedig voltrokken wordt, het zeker ingetrokken is of zal worden. Maar de apostel leert ons dat, hoezeer de valse leraars mogen slagen en voorspoedig zijn, gedurende enigen tijd, toch hun oordeel niet ledig is. God heeft reeds van overlang beslist hoe Hij met hen handelen zal. Zulke ongelovigen, die trachten anderen van de waarheid af te leiden, zijn reeds veroordeeld en de toorn Gods wacht hen. De rechtvaardige Rechter zal spoedig wraak nemen, de dag van hun verderf is aanstaande, en de dingen, die over hen zullen komen, haasten. Om deze bewering te staven, haalt hij verscheidene voorbeelden aan van het rechtvaardig oordeel Gods in het nemen van wraak op de zondaren, en onderwerpt die aan onze ernstige overweging.
I. Ziet hoe God handelde met de engelen, die gezondigd hadden. Merk hier op:
1. Geen uitnemendheid zal een zondaar voor straf vrijwaren. Indien de engelen, die ons verre in kracht en uitnemendheid overtreffen, de wet van God verkrachten, zal het vonnis van die wet aan hen voltrokken worden, en dat zonder barmhartigheid of verzachting, want God heeft hen niet gespaard.
2. Hoe hoger de overtreder stond, des te zwaarder zal de straf zijn. Deze engelen, die door de waardigheid van hun natuur ver boven de mensen stonden, zijn onmiddellijk gestraft. Zij werden geen enkelen dag gespaard, geen gunst werd hun bewezen.
3. De zonde verlaagt en ontaardt den persoon, die haar bedrijft. De engelen des hemels werden om hun ongehoorzaamheid van de hoogte hunner voortreffelijkheid neergeworpen en van alle waardigheid en heerlijkheid beroofd. Wie tegen God zondigt benadeelt alleen zich zelven.
4. Zij, die opstaan tegen den God des hemels, zullen allen in de hel geworpen worden. Er is geen plaats of toestand tussen de hoogte der heerlijkheid en de diepte van ellende, waar hun enige rust vergund zou worden. Indien schepselen zondigen in den hemel, moeten zij lijden in de hel.
5. Zonde is het werk der duisternis, en duisternis is het loon der zonde. De duisternis van ellende en foltering volgt op de duisternis der zonde. Zij, die niet willen wandelen volgens het licht en de leiding van Gods wet, zullen beroofd worden van het licht van Gods aanschijn en den troost Zijner tegenwoordigheid.
6. Gelijk de zonde den mens overgeeft aan straf, zo houden ellende en foltering hem er onder. De duisternis, die hun ellende is, houdt hen zo gevangen, dat zij hun foltering niet ontkomen kunnen.
7. De hoogste trap der foltering wordt niet bereikt voor den oordeelsdag. De engelen, die gezondigd hebben, ofschoon reeds in de hel, worden bewaard tot het oordeel op den groten dag.
II. Merkt op hoe God handelde met de oude wereld, in vele opzichten evenals Hij met de engelen handelde. Hij spaarde de oude wereld niet. 1. Het aantal der beledigers betekent niets meer dan hun waardigheid om enige gunst te verkrijgen. Indien de zonde algemeen wordt, zal het oordeel zich uitstrekken over allen.
2. Indien er ook slechts weinige rechtvaardigen zijn, zullen zij bewaard worden. God vernietigt niet de goeden met de slechten. In den toorn gedenkt Hij Zijner barmhartigheid.
3. Zij, die predikers der gerechtigheid zijn in een tijd van algemene verdorvenheid en ontaarding, en het woord des levens voorhouden door een onberispelijken en voorbeeldigen wandel, worden bewaard in een tijd van algemene verwoesting.
4. God kan personen gebruiken als werktuigen van zijn wraak en om de zondaren te straffen, die Hij eerst bestemd en aangewezen had om hun van dienst en ten zegen te zijn. Hij vernietigde de gehele oude wereld door het water maar:
5. De oorzaak daarvan was, dat het een wereld van goddelozen was. Goddeloosheid ontrukt de mensen aan de goddelijke bescherming en stelt hen bloot aan de uiterste verwoesting.
III. Merkt op hoe God handelde met Sodom en Gomorra, ofschoon zij gelegen waren in een landstreek gelijk den hof des Heeren, toch in zulk een gezegend land waren zij overvloedig in zonde. God kan spoedig een vruchtbaar land veranderen in een woestijn, en een goed-bewaterde streek in stof en as. Merk hier op:
1. Geen staatkundige vereniging of samensmelting kan het oordeel afwenden van een zondig volk. Sodom en de genabuurde steden waren door haar welgeordende regering niet meer beschermd dan de engelen door de waardigheid hunner natuur, of de oude wereld door haar groot aantal.
2. God kan van allerlei schepselen gebruik maken om onverbeterlijke zondaren te straffen. Hij verwoestte de oude wereld door het water en Sodom door het vuur. Hij, die vuur en water voor Zijn volk onschadelijk kan maken, Jesaja 43:2, kan door beide Zijn vijanden straffen, zij zijn er niet tegen beveiligd.
3. De ergste zonden brengen de zwaarste straffen. Zij, die afschuwelijk waren in hun ondeugden, werden opmerkelijk in hun straffen. Zij, die grote zondaren voor het aangezicht des Heeren zijn, moeten de geduchtste wraakneming verwachten.
4. De strafoefening over zondaren in vroegere eeuwen is bedoeld als voorbeeld van hetgeen volgen zal. Mensen, die goddeloos leven, kunnen zien wat zij te verwachten hebben wanneer zij in dien weg voort gaan. Wij moeten ons laten waarschuwen door de voorbeelden van Gods wraak, die beschreven zijn tot onze vermaning en om te voorkomen, dat wij ons zelven straffeloosheid zouden beloven en in de zonden volharden.