2 Kronieken 3:1-9
1. Hier is de plaats waar de tempel gebouwd werd. Salomo had geen vrijheid om die plaats te kiezen, hij was dus ook niet in verlegenheid om die keus te bepalen, zij was tevoren aangewezen, 1 Kronieken 22:1, hetgeen een verlichting was voor zijn gemoed.
a. Het moet te Jeruzalem wezen, want dat was de plaats, die God had verkoren om er zijn naam te stellen.
De koninklijke stad moet de heilige stad zijn, daar moet "de getuigenis Israël's zijn want daar zijn de stoelen des gerichts gezet", Psalm 122:4, 5.
b. Het moet op de berg Moria wezen die, naar sommigen denken, dezelfde plaats was in het land Moria, waar Abraham Izaak heeft geofferd, Genesis 22:2.
De Targoem zegt dit uitdrukkelijk en voegt er bij: "Maar hij werd verlost door het woord des Heeren, en in zijn plaats werd een ram voorzien".
Dat was een afschaduwing van Christus' offeren van zichzelf, en daarom werd de tempel, die ook een type van Hem was, gevoeglijk daar gebouwd.
c. Het moest wezen daar waar, de HEERE aan David is verschenen en hem geantwoord heeft door vuur, 1 Kronieken 21:18, 26.
Daar werd eenmaal verzoening gedaan, en daarom moet, ter gedachtenis daarvan, daar nog verzoening gedaan worden. Daar, waar God mij ontmoet heeft, kan ik hopen dat Hij mij wederom ontmoeten zal.
d. Het moet wezen in de plaats, die David bereid had, niet alleen die hij gekocht had met zijn geld, maar die hij door Goddelijke aanwijzing had gekozen. Het was Salomo's wijsheid om naar geen gerieflijker plaats te zoeken, maar te berusten in hetgeen God bepaald had, wat er ook tegen mocht wezen.
e. Het moet wezen op de dorsvloer van Oman, hetgeen daar deze een Jebusiet was, bemoediging geeft aan de heidenen, ons echter verplicht om op tempelwerk te zien als hetgeen waarvoor arbeid des geestes wordt vereist niet minder dan dorsen lichamelijk werk is.
2. De tijd, wanneer er aan begonnen werd, niet voor het vierde jaar van Salomo's regering, vers 2. Niet alsof de eerste drie jaren verbeuzeld werden of doorgebracht in beraadslaging of zij de tempel al of niet zouden bouwen, neen zij werden gebruikt in de noodzakelijke toebereidselen er voor, waarmee drie jaren spoedig genoeg heengingen, in aanmerking genomen hoeveel handen bij elkaar en aan het werk gezet moesten worden.
Sommigen maken de gissing dat dit een sabbatsjaar was, of jaar van vrijlating en rust voor het land, als het volk, ontslagen zijnde van hun landbouwbedrijf, zoveel gemakkelijker de hand kon lenen om het werk te beginnen, en dan zou het jaar, waarin de bouw voleindigd was, ook een sabbatsjaar zijn, en zo hadden zij dan de tijd om de plechtigheid van de inwijding bij te wonen.
3. De afmetingen ervan, waaromtrent Salomo, evenals voor andere dingen, instructies had ontvangen van zijn vader.
Deze zijn de grondleggingen van Salomo, om het huis Gods te bouwen..
Naar die regelen ging hij te werk, zoveel ellen de lengte en breedte, naar de eerste maat, dat is: naar de maat, die het eerst was vastgesteld, er was geen reden om daar verandering in te brengen toen aan het werk begonnen werd, want de afmetingen waren door Goddelijke wijsheid bepaald, en "wat God doet zal in eeuwigheid zijn, daar is niet aan toe te doen, en daar is niet af te doen", Prediker 3:14. Zijn eerste maat zal de laatste zijn.
4. De versieringen van de tempel, het houtwerk was zeer fraai, en toch was het van binnen met louter goud overtrokken, vers 4, met goed goud, vers 5, en dit was opgewerkt met palmen en ketenwerk.
Het goud was goud van Parvaïm, vers 6, het beste goud. "De balken, de posten en de wanden en de deuren werden overdekt met goud", vers 7.
Het heilige van de heiligen, dat ongeveer tien meter in het vierkant was, "met goed goud overtogen", vers 8.
De opperzalen zelfs of liever de boven-vloer of zoldering, waren boven, beneden en opzij met goud overtogen. Iedere spijker of schroef waarmee de gouden platen aan de muren bevestigd waren, woog vijftig sikkelen of had er de waarde van, het werkloon daaronder begrepen.
Er werden zeer veel kostelijke stenen aan de Heere gewijd, 1 Kronieken 29:2, 8, en deze werden hier en daar geplaatst of ingevoegd, waar zij het best konden uitkomen.
De fraaiste huizen maken thans geen hogere aanspraken voor versiering, dan goede verf op zoldering en muren, maar de versieringen van de tempel waren van rijker substantie.
Hij overtoog het huis met kostelijke stenen tot versiering, vers 6, omdat het een type was van het nieuwe Jeruzalem, waarin geen tempel is, omdat het een en al tempel is, de muren, poorten en fondamenten er van worden gezegd van kostelijke stenen en paarlen te zijn, Openbaring 21:18, 19, 21.