2 Kronieken 23:12-21
Hier zien wij:
1. Het volk tevreden, vers 12-13. Toen de koning bij de pilaar stond, omdat hij recht had daar te staan, was al het volk des lands blijde een rijsje voortgekomen te zien uit de afgehouwen tronk van Isai, Jesaja 11:1.
Toen hij als een wortel scheen in een dorre aarde, welk een verrassing was het toen voor hen datgene te zien, waaraan zij hadden gewanhoopt, namelijk een koning uit het huis van David. In vervoering van vreugde liepen zij om dit gezicht te aanschouwen, roemden de koning en prezen God, want er waren bij hen zangers met muziekinstrumenten, die te kennen gaven dat men lofzingen zou.
2. Athalia gedood. Zij liep zelf in tegen de punt van het zwaard van de gerechtigheid, want haar invloed sterker wanende dan hij was, waagde zij zich op dat ogenblik in het huis des Heeren en riep: Verraad, verraad! Maar niemand steunde haar, niemand nam haar partij, de trotsheid haars harten heeft haar bedrogen zij dacht dat allen aan haar zijde waren, terwijl niemand het van harte was. Als beschermer of regent van het rijk gedurende de minderjarigheid des konings gaf Jojada bevel haar te doden, vers 14, hetgeen terstond geschiedde, vers 15 , slechts werd er zorg voor gedragen dat zij niet in het huis des Heeren gedood zou worden, die heilige plaats moest niet dusdanig onteerd worden noch die slechte goddeloze vrouw aldus worden geëerd.
3. Het oorspronkelijk contract tussen de koning en het volk aangenomen, vers 16. In 2 Koningen 11:17 wordt gezegd: Jojada maakte een verbond tussen de Heere, het volk en de koning, hier wordt het gezegd te zijn tussen hemzelf, het volk en de koning, want als priester Gods was hij Gods vertegenwoordiger in deze handeling, of een soort van middelaar zoals Mozes geweest is. Het verdrag was drieledig, maar de ware bedoeling er van was dat zij de Heere tot een volk zouden zijn. Door Jojada beloofde God hen tot Zijn volk aan te nemen, de koning en het volk beloofden Hem de Zijnen te zullen wezen, en toen beloofde de koning het volk hen te regeren als het volk Gods, en het volk beloofde van zijn kant hem onderdanig te zijn als het volk des Heeren, in Zijn vreze en om Zijnentwil. Laat ons op onszelf en op elkaar zien als het volk des Heeren, dan zal dit een machtigen invloed hebben op ons in het volbrengen van onze plicht jegens God en de mensen.
4. Baäl vernield, vers 17. Zij zouden nog de helft van hun werk niet gedaan hebben, indien zij alleen maar de overweldigster van het recht des konings hadden gedood, en niet de overweldiger van Gods recht hadden vernietigd, indien zij de eer van de troon hadden gehandhaafd en niet die van het altaar. De grootste grief tegen Athalia's regering was dat zij de Baälsdienst had ingevoerd en die had gesteund, daarom moet die in de eerste plaats worden teniet gedaan. Weg met Baäls huizen, zijn altaren, zijn beelden! Weg met die allen, en laat het bloed van zijn priester met zijn offeranden gemengd worden, want God heeft geboden dat verleiders tot afgoderij ter dood gebracht zullen worden, Deuteronomium 13:5, 6.
5. De tempeldienst hersteld, vers 18, 19. Deze was onder de laatste regeringen veronachtzaamd, daar het de priesters en het volk of aan macht of aan ijver ontbrak om hem instand te houden, toen zij koningen hadden die er afkerig van waren. Maar Jojada bestelde de ambten in het huis des Heeren, regelde ze naar behoren en stelde er de bevoegde personen voor aan, want in de laatste tijd was dit alles in wanorde gebracht.
a. Hij bestelde de priesters naar hun afdelingen ter behoorlijke waarneming van de dienst van de offeranden overeenkomstig de wet van Mozes.
b. De zangers naar de hun, overeenkomstig de instelling van David. De offers schenen met blijdschap en gezang geofferd te worden, en wèl mocht dit. Wij "roemen in God, als wij de verzoening verkregen hebben", Romeinen 5:11.
c. De poortiers werden op hun onderscheidene plaatsen gesteld, vers 19, zoals David het verordineerd had, en hun ambt en werk was zorg te dragen dat personen, die op enigerlei wijze ceremonieel onrein waren, van de voorhoven des tempels geweerd werden.
6. Het burgerlijk bestuur hersteld, vers 20. Zij brachten de koning in statiger optocht naar zijn paleis, en zetten hem op de troon des koninkrijks, om wetten te geven, recht te spreken, hetzij in eigen persoon, of door Jojada, zijn voogd.
Aldus werd die gelukkige omwenteling volbracht de meerderheid des volks verblijdde er zich in de overige hielden zich stil en boden geen tegenstand, vers 21.
Als de Zone Davids op de troon is in de ziel, dan is alles rustig en worden fonteinen van blijdschap geopend.