2 Koningen 6:8-12
Hier zien wij Elisa de koning helpende met zijn geest van de profetie, zoals hij tevoren de zonen van de profeten geholpen heeft, want deze evenals andere gaven, wordt aan een ieder gegeven tot hetgeen oorbaar is, en welk vermogen iemand heeft om goed te doen, hij wordt er een schuldenaar door gemaakt, beide van de wijze en de onwijze.
Merk hier op:
1. Hoe aan de koning van Israël door Elisa bericht werd gegeven van al de plannen en bewegingen van zijn vijand, de koning van Syrië, veel nauwkeuriger dan hij het door de opmerkzaamste en getrouwste verspieders had kunnen ontvangen. Als de koning van Syrië in een geheime krijgsraad het besluit nam, om een inval in het land Israël te doen op een plaats, waar hij dacht dat men dit het minst zou verwachten en waar men het minst instaat zou zijn weerstand te bieden, dan had, eer nog zijn orders het krijgsvolk bereikten, de koning van Israël er reeds door Elisa bericht van ontvangen, en aldus had hij dan de gelegenheid om het kwaad te voorkomen, en dit geschiedde menigmaal, vers 8-10. Zie hier:
a. Dat de vijanden van Gods Israël listig zijn in hun raadslagen, en rusteloos zijn in hun pogen tegen het Israël van God. "Zij zullen het niet weten noch zien totdat wij in het midden van hen komen en slaan hen dood," Nehemia 4:11.
b. Al die raadslagen zijn bekend aan God, hoe zij ook in het verborgen worden beraamd. Hij weet niet slechts wat de mensen doen, maar ook wat zij voornemens zijn te doen, en heeft velerlei middelen om hun plannen te verijdelen.
c. Het is ons van het grootste nut om gewaarschuwd te worden voor het gevaar, waarin wij verkeren, zodat wij er tegen op onze hoede kunnen zijn. Het werk van Gods profeten is ons te waarschuwen, indien wij, gewaarschuwd zijnde, ons niet redden dan is het onze eigen schuld, en dan zal ons bloed op ons hoofd zijn. De koning van Israël wilde wèl achtgeven op Elisa's waarschuwingen tegen het gevaar, dat hem dreigde van de Syriërs, maar niet op de waarschuwingen, die hij hem gaf voor het gevaar, dat hem dreigde van zijn zonden. Op zulke waarschuwingen wordt door de meesten weinig acht geslagen, zij willen zich redden van de dood, maar niet van de hel.
2. Hoe dit de koning van Syrië vertoornde. Hij verdacht zijn senatoren van verraad, dat iemand zijn raadslagen aan de koning van Israël verried, vers 11. Maar een van zijn dienaren, die door Naäman en anderen van Elisa's wonderen gehoord had, komt tot de gevolgtrekking dat hij het moest wezen, die de koning van Israël dit bericht gaf, vers 12. Wat kon hij niet ontdekken, die aan Gehazi kon zeggen wat hij dacht? Hier wordt een bekentenis van de onbegrensde kennis, zoals tevoren van de onbegrensde macht van de God van Israël, aan Syriërs ontwrongen. Niets dat door enigerlei plaats, op enigerlei tijd gedaan, gezegd of gedacht wordt, is buiten het bereik van de kennisneming van God.