1 Timotheus 2:9-15
I. Hier is het bevel dat vrouwen, die het Christendom belijden, eerbaar, matig, stil en onderworpen zullen zijn gelijk haar betaamt.
1. Zij moeten in eerbaar gewaad gaan, niet in aantrekkelijke opschik, vrolijkheid en kostelijke kleding (men kan de ijdelheid van een persoon zien in het op-pronken en opschikken van de kleding) want zij hebben betere versierselen waarmee zij zich tooien kunnen, zoals vrouwen betaamt, die de godzaligheid belijden door goede werken. Goede werken zijn de beste versierselen, zij hebben in de ogen van God grote waarde. Zij, die de godzaligheid belijden, moeten in haar kleding, zowel als in alle andere dingen, handelen zoals bij de godzaligheid betaamt, in plaats van haar geld te besteden aan schone klederen, moeten zij het gebruiken voor werken van liefdadigheid, die meer bepaald goede werken genoemd worden.
2. De vrouwen moeten de beginselen van hunnen godsdienst leren, Christus leren, de Schrift leren, zij mogen niet denken dat haar sekse haar vrijstelt van te leren hetgeen tot haar zaligheid nodig is.
3. Zij moeten stil en onderdanig of onderworpen zijn, zich geen gezag aanmatigen. De reden daarvoor gegeven is: Adam is eerst gemaakt, daarna Eva, vers 13. Eva uit hem, hetgeen haar ondergeschiktheid aan en haar afhankelijkheid van hem aanduidt, zij werd gemaakt als ene hulpe tegenover hem. En gelijk zij de laatste was in de schepping, hetgeen een reden voor haar onderdanigheid is, zo was zij de eerste in overtreding, en dat is een andere reden. Adam is niet verleid geworden, dat is: was niet de eerste, de slang wendde zich niet onmiddellijk tot hem, maar de vrouw was eerst in overtreding, 2 Corinthiërs 11:3, en een deel van het vonnis over haar was: Uwe begeerte zal tot uw man zijn en hij zal over u heersen, Genesis 3:16. Maar het is een woord van vertroosting, vers 15, dat zij, die volharden in matigheid, zalig zullen worden in kinderen te baren, of door kinderen te baren. De Messias, die geboren is uit ene vrouw, om de slang den kop te verpletteren, Genesis 3:15, maakt dat het vonnis, waaronder zij ter wille van de zonde ligt, geen beletsel is voor haar aanneming door Christus, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking met matigheid.
II. Merk hier op:
1. De uitgebreidheid van de regelen des Christendoms, zij strekken niet alleen tot de mensen zich uit, maar tot de vrouwen, niet alleen tot de personen, maar ook tot haar kleding, die eerbaar moet zijn gelijk de draagsters zelven, en tot haar uitwendige verschijning en gedrag, die moeten zijn in stilheid met alle onderdanigheid.
2. Vrouwen moeten de godvruchtigheid belijden, zowel als mannen, want zij zijn gedoopt, en daardoor zijn zij verbonden om zich zelven in de godvruchtigheid te oefenen. En tot hare eer moet gezegd worden dat velen harer voortreffelijke belijdsters van het Christendom waren in de dagen der apostelen, gelijk wij zien uit het boek der Handelingen der apostelen.
3. De vrouwen zijn meer in gevaar van door opschik uit te spatten, en daarom was het nodig haar in dit opzicht uitdrukkelijk te waarschuwen. 4. De beste versierselen voor belijdsters van de godvruchtigheid zijn goede werken.
5. Volgens Paulus moeten de vrouwen leerlingen zijn en is haar niet toegestaan als leraressen in de gemeenten op te treden, want leren is een werk van gezag, en de vrouw mag zich geen gezag over den man aanmatigen, maar moet in stilheid zijn. Doch niettegenstaande dit verbod, mogen en moeten goede vrouwen hare kinderen tehuis in de beginselen van den godsdienst onderwijzen. Timotheus had van kindsbeen de Heilige Schriften geweten, en wie zou ze hem onderwezen hebben dan zijne moeder en zijne grootmoeder, 2 Timotheus 3:15. Aquila en zijne vrouw Priscilla legden Apollos den weg Gods bescheidenlijker uit, maar zij deden dat in het bijzonder, want zij namen hem tot zich, Handelingen 18:26.
6. Hier worden twee zeer goede redenen gegeven voor het gezag van den man over de vrouw en hare onderdanigheid aan hem, vers 13, 14. Adam werd eerst gemaakt, daarna Eva, zij werd gemaakt voor den man, en niet de man voor haar, 1 Corinthiërs 11:9, ook werd zij verleid en bracht haar man tot overtreding.
7. Ofschoon de moeilijkheden en gevaren van het kinderen-baren groot zijn en menigvuldig, omdat zij deel uitmaken van de straf om Eva's overtreding op hare sekse gelegd, is hier veel voor haar ondersteuning en aanmoediging. Maar zij zal zalig worden enz., vers 15. Ofschoon met smart, zal zij ze voortbrengen en een levende moeder van levende kinderen zijn, met het vooruitzicht dat zij blijven in geloof, liefde en heiligheid, met matigheid. Vrouwen, die in deze omstandigheden verkeren, mogen zich in de ure der smarten tot haar steun vasthouden aan deze belofte.