Numeri 4:34-49
Wij hebben hier een bijzonder bericht omtrent de getallen van ieder van de drie geslachten van de Levieten, dat is: van de mannen tussen de dertig en vijftig jaren, die tot de werkelijken dienst geroepen waren.
Merk op:
1. Dat de Kohathieten met hun allen, van een maand en daarboven acht duizend zes honderd waren, maar dat er van deze slechts twee duizend zeven honderd en vijftig mannen waren voor de dienst, dus nog geen derde. De Gersonieten waren met hun allen zeven duizend vijf honderd en van deze slechts twee duizend zes honderd en dertig dienstige mannen, iets meer dan een derde. Van de velen, die tot de getallen van de kerk worden toegedaan, zijn er, vergelijkenderwijs, slechts weinig, die tot de dienst er van bijdragen. Zo is het geweest, en zo is het, velen hebben een plaats in de tabernakel, die slechts luttel werks van de tabernakel doen, Filippenzen 2:20, 21.
2. Dat de Merarieten met hun allen slechts zes duizend twee honderd waren, en toch waren er onder hen drie duizend twee honderd dienstige mannen, dat is verscheidene meer de de helft. De grootste last werd aan dat geslacht opgelegd, de stijlen, de pilaren en voeten, en God heeft het zo beschikt, dat, hoewel zij de minste waren in aantal, zij toch de meeste mannen onder hen zouden hebben, instaat tot de dienst, want voor alle dienst, waartoe God de mensen roept, zal Hij hun de gaven en krachten geven die er voor nodig zijn, genade, die genoeg is.
3. Het gehele getal van de tot de dienst bekwame mannen van de stam van Levi, die in Gods leger kwamen, om Zijn strijd te strijden was slechts acht duizend vijf honderd en tachtig, terwijl de tot dienst bekwame mannen van de andere stammen, die in het leger Israëls waren om hun strijd te strijden, veel meer waren. De minste van de stammen had bijna vier maal meer tot de dienst geschikte mannen dan de Levieten, en sommigen van hen meer dan acht maal zoveel, want zij, die in de dienst zijn van deze wereld en strijd voeren naar het vlees, zijn veel talrijker dan degenen, die aan de dienst Gods zijn gewijd, en de goeden strijd des geloofs strijden.