2. Gebied de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Wanneer gij in het land Kanaän ingaat, zo zal dit het land zijn, dat u tot erfenis vallen zal, het land Kanaän, naar zijn grenen. Het land, dat u ten erfdeel zal gegeven worden, zal zijn grenzen hebben, zoals die in hetgeen Ik verder tot u zal spreken, nauwkeurig zullen omschreven worden.