Numeri 34:16-29
God benoemt hier commissarissen om het land onder hen te verdelen. De verovering er van wordt als een gedane zaak beschouwd hoewel er totnutoe nog niets voor gedaan of ondernomen was. Hier hebben wij geen benoeming of aanstelling van generaals en opperbevelhebbers, die de oorlog moesten voeren want zij zullen het land in bezit krijgen, niet door hun zwaard, noch door hun boog, maar door de macht en de gunst van God, en zij moeten zo zeker zijn van de overwinning en van voorspoed, zolang God voor hen streed dat nu reeds de personen benoemd moeten worden, aan wie de verdeling van het land zal worden opgedragen, dat is: die presideren zullen bij de loting, in twistgedingen, die ontstaan kunnen, zullen hebben te beslissen en zullen toezien, dat in alles naar recht en billijkheid gehandeld zal worden.
1. De voornaamsten van die commissie waren Eleazar en Jozua, vers 17, als typen van Christus, die als priester en koning het hemelse Kanaän onder het geestelijk Israël verdeelt, maar, zoals hier door het lot beslist moet worden, zo erkent Christus dat de beschikking moet zijn naar de wil des Vaders, Mattheus 20:23, vergel. Efeziers 1:11.
2. Opdat er geen schijn van partijdigheid zou wezen, werd, behalve dezen nog een overste van elken stam aangesteld om toezicht te houden bij deze zaak, en er voor te zorgen, dat de stam die hij diende, niet benadeeld werd. Publieke zaken moeten zo behandeld worden, dat ieder niet slechts krijgt wat hem toekomt, maar dat zo het mogelijk is, aan ieder de overtuiging wordt gegeven, dat hem recht gedaan is en dat hij werkelijk heeft ontvangen wat hem toekomt. Het bevordert het geluk en welzijn van een land, als de oversten van het volk, enige uit iederen stam samenkomen, om over de zaken te beraadslagen, waar allen belang bij hebben, een instelling, die zeer tot eer, rust en veiligheid strekt van de natie, die er mee gezegend is.
Sommigen merken op dat de volgorde van de stammen grotelijks verschilt van die, waarmee zij totnutoe bij alle gelegenheden genoemd zijn, en overeenkomt met de nabuurschap van hun lot bij de verdeling van het land. Juda, Simeon en Benjamin, de eerste drie welke hier genoemd zijn, lagen dicht bij elkaar, aan de ene zijde naast hen lag het erfdeel van Dan dat van Efraïm en Manasse aan de andere zijde, Zebulon en Issaschar lagen naast elkaar meer noordwaarts, Aser en Nafthali het noordelijkste van allen, zoals men gemakkelijk op een kaart van Kanaän zien kan. Dit is een bewijs, zegt bisschop Patrick, dat Mozes in zijn geschriften door Gods Geest geleid werd. Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend, en wat voor ons nieuw en verrassend is, heeft Hij volkomen voorzien, zonder enigerlei verwarring of onzekerheid.