11. En deze grens zal afgaan aan de westelijke helling van de Anti-Libanon verder zuidwaarts, van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain, de tegenwoordige bronplaatsAndschar, wel te onderscheiden van Riblath, gelegen in het land Hamath (
2 Koningen 23:33;
25:21), daarna zal deze grens afgaan over Hasbeya en Baäl Hermon, en strekken langs de bergen, die de wateren van Merom, aan de oostzijde begrenzen, langs de oever, eigenlijk aan de schouder van de zee Cinnereth, of van Genézarethoostwaarts, langs het noordoostelijke strand van dit meer.
Hierdoor behoorde ook de grote Hermon (zie Deuteronomium 3:9) niet aan het land van Israël..