Mattheus 4:23-25
Zie hier:
I. Welk een ijverig prediker Christus geweest is. Hij omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des koninkrijks. Merk op:
1. Wat Christus predikte-het Evangelie des koninkrijks. Het koninkrijk der hemelen, dat is, van genade en heerlijkheid, is in den nadrukkelijken zin des woord het koninkrijk, het koninkrijk, dat nu stond te komen, het koninkrijk dat alle koninkrijken der aarde zal overleven, zoals het ze overtreft. Het Evangelie is de handvest van dat koninkrijk, bevattende des Konings kroningseed, waarmee Hij zich genadiglijk heeft verbonden de onderdanen van dat koninkrijk te vergeven, te beschermen en te behouden. Het bevat ook hun eed van getrouwheid, waarmee zij zich verbinden Zijne wetten en inzettingen waar te nemen en Zijne eer te bevorderen, dit is het Evangelie des koninkrijks, daarvan was Christus zelf de Prediker, opdat ons geloof er in bevestigd zou worden.
2. Waar Hij predikte-in de synagogen, daar niet alleen, maar voornamelijk, omdat dit de plaatsen van samenkomst waren, het voorste der woelingen, waar de Wijsheid hare stem zou opheffen, Prediker 1:21, omdat het plaatsen van bijeenkomst waren voor Godsverering, en het was te hopen, dat dáár het hart des volks bereid zou zijn om het Evangelie te ontvangen, en daar werden de Schriften des Ouden Testaments gelezen, en bij de verklaring daarvan zou het gemakkelijk zijn het Evangelie des koninkrijks in te leiden.
3. De moeite, die Hij zich gaf voor die prediking, Hij omging geheel Galilea, lerende. Hij zou ene bekendmaking hebben kunnen uitvaardigen om allen op te roepen om tot Hem te komen, maar ten einde Zijn ootmoed te betonen en het neerbuigende Zijner genade, gaat Hij tot hen, want Hij wacht om genadig te zijn, en Hij komt om te zoeken en zalig te maken. Josephus zegt, dat er over de twee honderd steden en vlekken waren in Galilea, en die allen, of de meesten er van, heeft Christus bezocht. Hij ging het land door goeddoende. Nooit is er zulk een reizend prediker geweest, zulk een onvermoeibare, als Christus geweest is. Hij ging van stad tot stad, om de arme zondaars te smeken met God verzoend te worden. Dit is een voorbeeld voor leraren, om zich zelven in te spannen om goed te doen, en aan te houden, tijdelijk en ontijdelijk, om het woord te prediken.
II. Welk een machtig arts Christus geweest is, Hij omging het land niet slechts lerende, maar genezende, en beide door Zijn woord, ten einde dit nog boven Zijn naam te verheerlijken.
Hij zond Zijn woord uit en heelde hen. Merk nu op:
1. Welke krankheden Hij genas-allen, zonder uitzondering. Hij genas alle ziekte en alle kwalen. Er zijn ziekten, die de smaad der doctoren worden genoemd, daar zij voor gene methode, die zij kunnen voorschrijven, willen wijken, maar zelfs deze waren de roem en ere van dezen Arts, want Hij genas ze allen, hoe verouderd ook of ingekankerd. Zijn woord was de ware panpharmacon - de al-genezer. Drie algemene termen worden hier gebruikt om dit aan te duiden, Hij genas alle ziekte, Noson, zoals blindheid, lamheid, koorts, waterzucht, alle kwalen, of kwijning, Malakian, zoals zinkings en tering, en alle pijnen. Basanous, zoals jicht, steen, stuipen en dergelijke kwalen, hetzij de ziekte acuut of chronisch was, of het ene folterende of kwijnende ziekte was, gene was te erg, gene was te moeilijk voor Christus om ze door het spreken van een woord te genezen. Er worden drie bijzondere krankheden aangeduid: geraaktheid, die de grootste lichaamszwakte is, maanziekte, die de grootste ziekte is van den geest, en duivelsbezetenheid, die de grootste ramp en ellende is beide voor ziel en lichaam, maar Christus genas ze allen, want Hij is de soevereine Geneesmeester, beide voor lichaam en ziel, en heeft alle krankheden onder Zijn bevel.
2. Welke patiënten Hij had. Een arts, die zo toegankelijk was, zo gemakkelijk te bereiken, die zo zeker was van welslagen, die onmiddellijk genas, zonder pijnlijke spanning van onzekerheid, of smartelijke medicijnen, die erger zijn dan de kwaal, die kosteloos genas, en gene beloning aannam, moest wel zeer vele patiënten hebben. Zie hier, hoe van alle kanten grote menigten toestroomden om tot Hem te komen, niet slechts van Galilea en het omliggende land, maar zelfs van Jeruzalem en van Judea, die op een groten afstand lagen, want Zijn gerucht ging uit in geheel Syrië, niet slechts onder al het volk der Joden, maar onder de naburige natiën, die, door het gerucht, dat ver en wijd over Hem verspreid werd, toebereid zouden worden om Zijn Evangelie aan te nemen, als het hun later gebracht zou worden.
Dit wordt opgegeven als de reden, waarom zulke grote scharen tot Hem kwamen, nl. dat Zijn gerucht zo ver verspreid was. Wat wij door anderen van Christus horen, moet ons uitlokken om tot Hem te gaan. De koningin van Scheba was door den roem van Salomo er toe gebracht hem te bezoeken. De stem van het gerucht luidt: "Kom en zie". Christus onderwees en genas. Zij, die kwamen om genezing, ontvingen onderricht betreffende de dingen, die tot hun vrede dienen. Het is goed, als alles de mensen tot Christus brengt, en zij, die tot Hem komen, zullen meer in Hem vinden, dan zij verwachtten. Velen van deze Syriërs, die gelijk Naäman de Syriër, kwamen om van hun krankheden genezen te worden, werden bekeerlingen, 2 Koningen 5:15, 17. Zij zochten gezondheid voor het lichaam, en verkregen de zaligheid voor hun ziel, evenals Saul, die de ezelinnen zocht, en een koninkrijk vond. Toch is door de uitkomst gebleken, dat velen, die zich in Christus als Genezer hebben verheugd, Hem als Leraar hebben vergeten. Betreffende nu de genezingen door Christus gewrocht, laat ons eens voor altijd letten op het wonder, de barmhartigheid, en de verborgenheid, het geheimenisvolle, er van.
a. Het wonder. Die genezingen werden gewrocht op ene wijze, waaruit duidelijk bleek, dat het werkingen waren van ene bovennatuurlijke en Goddelijke macht, en zij waren het zegel Gods op Zijne zending. De natuur vermocht dit niet, het was de God der natuur, die het deed. De genezingen waren talrijk, en wel van ziekten, die door de gewone kunst der medicijnmeesters niet genezen konden worden, van personen, die vreemdelingen waren, mensen van allerlei leeftijd en stand. De genezingen geschiedden in het openbaar, in tegenwoordigheid van vele getuigen, in gemengd gezelschap van personen, die de feiten geloochend zouden hebben, indien zij dit bij mogelijkheid hadden gekund. Gene van die genezingen heeft ooit gefaald, of werd later in twijfel getrokken. Zij werden snel gewrocht, en niet (zoals genezingen door natuurlijke oorzaken) trapsgewijze. Het waren volkomen genezingen, gewrocht door het spreken van een woord, en dit alles bewees Hem te zijn een Leraar van God gekomen, want anders zou niemand deze werken kunnen doen, die Hij deed, Johannes 3:2. Hij beroept er zich op als op Zijne geloofsbrieven, Hoofdstuk 11:4, 5, Johannes 5:36. Men verwachtte, dat de Messias wonderen zou doen, Johannes 7:31, wonderen van dien aard, Jesaja 35:5, 6, en wij hebben dit onbetwistbaar bewijs, dat Hij de Messias is, dat er nooit enig mens was, die aldus deed, en daarom gingen Zijn genezen en Zijn prediken gewoonlijk te zamen, want het eerste bevestigde het tweede: hier dus begon Hij te doen en te leren. Handelingen 1:1.
b. De barmhartigheid er van. De wonderen, door Mozes gewrocht, om zijne zending te staven, bestonden meest allen in plagen en oordelen, om de verschrikking aan te duiden van die bedeling, hoewel zij van God waren: maar de wonderen door Christus verricht, bestonden meest allen in genezingen, en allen (behalve het vervloeken van den onvruchtbaren vijgenboom) waren zegeningen en gunstbewijzen, want de Evangelie-bedeling is gegrond en opgebouwd in liefde, genade, en liefelijkheid, en het verrichten er van strekt niet om te verschrikken, maar om ons uit te lokken tot gehoorzaamheid. Door Zijne genezingen bedoelde Christus het volk te winnen, zich zelven en Zijne leer aangenaam te maken aan hun gemoed, en hen alzo te trekken met de koorden der liefde, Hosea 11:4. Het wonder er van bewees Zijne leer een getrouw woord te zijn, en overtuigde der mensen verstand: de goedertierenheid er van bewees, dat zij alle aanneming waardig was, en werkte op hun genegenheid. Het waren niet alleen grote werken, maar goede werken, die Hij hun toonde van Zijn Vader, Johannes 10:32, en dit goede had ten doel de mensen tot bekering te leiden, Romeinen 2:4, alsmede aan te tonen, dat vriendelijkheid en weldadigheid, en goed doen aan allen, zoveel dit in ons vermogen is en wij er de gelegenheid toe hebben, noodzakelijke uitvloeisels zijn van dien heiligen Godsdienst, dien Christus in de wereld is komen vestigen.
c. Het geheimenisvolle er van. Door lichaamskwalen te genezen bedoelde Christus aan te tonen, dat de grote zaak, die Hij in de wereld kwam verrichten, was geestelijke krankheden te genezen. Hij is de Zon der Gerechtigheid, die opgaat met genezing onder hare vleugelen. Als de Bekeerder van zondaren, is Hij de Medicijnmeester der zielen, en Hij heeft ons geleerd Hem aldus te noemen. Hoofdstuk 9:12, 13. Zonde is de ziekte, de kwaal en de pijniging der ziel, Christus is gekomen om de zonde weg te nemen, en deze aldus te genezen. En de bijzondere verhalen van genezingen door Christus gewrocht, kunnen niet slechts geestelijk toegepast worden, bij wijze van toespeling en voorbeelden ter opheldering, maar ik geloof, dat zij vooral bestemd zijn om ons geestelijke dingen te openbaren, en ons de wijze voor te stellen van Christus' handelen met de zielen in bekering en heiligmaking, en die genezingen worden vermeld, die daarvoor de meeste betekenis hadden en het leerrijkst zijn. Daarom moeten zij verklaard en gebruikt worden tot eer en lof van dien heerlijken Verlosser, die al onze ongerechtigheden vergeeft en al onze krankheden geneest.