12. En zij, de zuidergrens, wendt zich, aan de tegenovergestelde zijde van uit het middelpunt Sarid, oostwaarts tegen de opgang van de zon, tot de grens, het gebied, van Chislôth-Thabor of Chesullot (
Vers 18), ten zuiden van de voet van de berg, die ten oosten van Nazareth ligt; en zij komt, in noordoostelijke richting naar boven gaande, uit te Dobrath, aan de westzijde van de Thabor, terwijl zij vandaar uit verder naar het oosten zich uitstrekkende, zich met de in
Vers 22 beschreven noordergrens van de stam Issaschar verenigt; en het gebied van Zebulon gaat, van Dobrath uit, opwaarts, zich oostelijk van Nazareth over de berg uitstrekkend naar het westen, naar Jafia, het hedendaagse Jaffa, 1/4 uur zuidwestelijk van Nazareth.
1) Terwijl de grenzen van de Oost-Jordaan stammen zich met tamelijke nauwkeurigheid laten bepalen, omdat zij door stromen en bergen, die wij kennen, deels door steden, wier ruïnen door latere reizigers bezocht zijn, bepaald zijn, is het uiterst bezwaarlijk, ja bijna onmogelijk, de grenzen van de West-Jordaanstammen, allerminst van hen, die in het noorden woonden, maar met enigermate bevredigende zekerheid na te speuren. Niet alleen zijn veel plaatsen ons geheel en al onbekend, maar ook is de samenstelling van het boek Jozua niet overal zo volmaakt en duidelijk, dat zich daarnaar, zonder niets meer, een kaart laat ontwerpen; op meerdere plaatsen moet men zich met gissingen en gevolgtrekkingen weten te redden uit zwarigheden, wat altijd een gewaagde onderneming blijft. Zo schijnt het ons b.v. toe, dat in de tekst van hierboven niet zozeer een bekendmaking van de belangrijkste, tot de stam Zebulon behorende plaatsen; dit wetende hebben wij dan ook de tekstwoorden van hierboven en de volgende verzen verklaard.. 13. En van daar, van Jafia, gaat zij, of juister; gaat het gebied van Zebulon, oostwaarts door naar de opgang, en neemt zijn verdere loop naar Gath-Hefer, 1) ofGitta-Hefer (2 Koningen .14:25), nu El Meshed, vijf kwartier ten noordoosten van Nazareth, te Eth-Kazin, waarvan de ligging zich niet bepalen laat; en zij komt uit te Rimmon, heden ten dage Rumaneh, 2 1/2 uur ten noorden van Nazareth, Methóar 2) dat is Nea.
1)Gath-Hefer was de geboorteplaats van Jona, de profeet. Ten tijde van Hiëronymus was het nog een groot dorp, zoals hij meedeelt in zijn "prologomena" op het boek Jona..
2) Methóar is door de Statenvertalers als eigen naam beschouwd. Het kan echter ook als een verleden deelwoord van het werkwoord rat (thaär), dat "begrenzen" betekent, beschouwd worden. De vertaling zou dan zijn: en zij komt uit te Rimmon, dat begrensd wordt door of zich uitstrekt tot aan Nea..
Eigenlijk is Metóar geen eigen naam, maar moet vertaald worden: dat zich met zijn distrikt naar Nea uitstrekt..