3
Johannes 12-15
Hier hebben wij:
I. De beschrijving van een ander man, een zekeren Demetrius, die ons verder geheel onbekend is. Maar zijn naam zal blijven leven. Een goede naam in het Evangelie en in de gemeenten is beter dan die van zonen en dochters. Zijn karakter was zijn aanbeveling. Zijn aanbeveling was:
1. In het algemeen. Aan Demetrius wordt getuigenis gegeven van allen. Over weinigen wordt door allen wèl gesproken, en voor velen van die weinigen is het een slecht teken. Maar algemene oprechtheid en goedheid zijn het middel om algemene toejuiching te verwerven, en soms wordt dat bereikt.
2. Verdiend en wèl gegrond. En van de waarheid zelf, vers 12. Sommigen hebben een goed getuigenis, maar niet van de waarheid zelf. Gelukkig zij wier geest en gedrag hen bij God en de mensen aanbevelen.
3. Bevestigd door het getuigenis van den apostel en zijne vrienden. En wij getuigen ook, en zulks met een beroep op hetgeen Gajus van hem weet. Gij (gij en uw vrienden) weet dat onze getuigenis waarachtig is. Waarschijnlijk was deze Demetrius bekend in de gemeente waar de apostel nu woonde, en in die waarvan Gajus lid was. Het is schoon goed bekend te staan. Wij moeten gereed zijn om altijd te getuigen voor hen die goed zijn, dat is een plicht aan deugd en goedheid verschuldigd. Het is goed voor hen, die aanbevolen worden, dat degenen die hen aanbevelen zich kunnen beroepen op het geweten van degenen, die hen het best kennen.
II. Het besluit van den brief, waarin:
1. De herinnering aan enkele dingen, die voor mondeling onderhoud bewaard blijven.
Ik had veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en pen, maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken, vers 13, 14. Veel dingen zijn meer geschikt voor mondelinge behandeling dan voor brieven. Een kort, persoonlijk onderhoud wint dikwijls den tijd, de moeite en den last van veel brieven uit. Oprechte Christenen ontmoeten ook gaarne elkaar.
2. De zegening. Vrede zij u, alle geluk vergezelle u! Zij, die goed en gelukkig zijn, wensen dat anderen ook toe.
3. De algemene groet aan Gajus. De vrienden groeten u. Een vriend van de verbreiding des Evangelies behoort door allen herdacht te worden. En deze godvrezenden tonen hun vriendschap zowel voor den Godsdienst als voor Gajus.
4. De bijzondere groet des apostels aan de Christenen in Gajus' gemeente of nabuurschap.
Groet de vrienden met name. Ik denk dat er niet zeer velen waren, die zo gegroet moesten worden. Maar wij moeten nederigheid leren zowel als liefde. De geringsten in de gemeente moeten gegroet worden. En zij mogen elkaar op aarde wel groeten, die hopen in den hemel samen te leven, De apostel, die aan de borst van Christus gelegen had, legt de vrienden van Christus in zijn hart.