2 Kronieken 3:10-17
Hier is een bericht:
1. Van de twee cherubs, die in het heilige van de heiligen gesteld waren. Er waren reeds twee boven de ark, die met hun vleugelen het verzoendeksel bedekten, dat waren kleine.
Nu het heilige van de heiligen vergroot was, bleven deze zoals zij waren, daar zij tot de ark behoorden, die niet vernieuwd moest worden, zoals al de andere gereedschappen van de tabernakel, maar die twee grote werden er bijgevoegd, op Gods bevel ongetwijfeld, om het heilige van de heilige te vullen, dat anders een leeg, kaal aanzien zou gehad hebben, zoals een kamer, die ongemeubileerd is. Deze cherubs worden gezegd beeldhouwwerk te zijn, vers 10, waarschijnlijk bestemd om de engelen voor te stellen, die de Goddelijke majesteit omringen en dienen. Iedere vleugel strekte zich vijf ellen uit, zodat het geheel twintig ellen bedroeg, vers 12, 13, en dat was juist de breedte van het heilige van de heiligen, vers 8. Zij stonden op hun voeten, als dienaren, hun aangezicht binnenwaarts gekeerd naar de ark, vers 13, opdat het zou blijken dat zij daar niet gesteld waren om aangebeden te worden (want dan zou hun een zittende houding gegeven zijn, als op een troon, met hun aangezicht naar de aanbidders gekeerd).
Wij moeten geen engelen aanbidden, maar aanbidden met engelen, want wij zijn in gemeenschap met hen gekomen, Hebreeën 12:22, en moeten de wil van God doen, zoals de engelen hem doen. Het denkbeeld, dat wij Hem aanbidden, voor wie de engelen hun aangezicht bedekken, kan er toe bijdragen om ons eerbied in te boezemen bij ons naderen tot God. Vergelijk 1 Corinthiers 11, 10 met 2 Kronieken vers. 6:2.
2. Van de voorhang, die de tempel van het heilige van de heiligen scheidde, vers 14.
Hierdoor werd de duisternis aangeduid van die bedeling, en de afstand, waarop de aanbidders gehouden werden, maar bij de dood van Christus werd deze voorhang gescheurd, want door Hem zijn wij nabij geworden, en hebben wij vrijmoedigheid, niet alleen om te zien maar om in te gaan in het heiligdom. Daarop heeft hij cherubs gemaakt, het oorspronkelijke Hebreeuws luidt: "hij deed ze opgaan", dat is: zij werden in verheven beeldwerk gemaakt. Of wel, hij maakte ze in opgaande houding, om de aanbidders te herinneren dat zij hun hart moeten opheffen, opwaarts moeten streven in hun Godsvrucht.
3. Van de twee pilaren, die voor de tempel opgericht werden. Beiden tezamen hadden een lengte van ongeveer vijf en dertig ellen vers 15,, dus waren zij ieder omstreeks achttien ellen hoog. Zie 1 Koningen 7:15 en verder..
Wij hebben deze pilaren daar beschouwd. Jachin en Boaz, bevestiging en kracht, in en door tempel werk.