2 Kronieken 24:1-14
Dit bericht van Joas' goed begin hadden wij, zoals het hier staat in 2 Koningen 12:1 en verv, maar van het laatste gedeelte van dit hoofdstuk betreffende zijn afval, hebben wij daar weinig gehad. Wij moeten alle gelegenheden te baat nemen, om te spreken van wat goed is in de mensen, en dat moeten wij dikwijls herhalen, hetgeen kwaad is moeten wij slechts spaarzaam mededelen en niet meer dan nodig is.
Wij zullen hier slechts opmerken:
1. Dat het voor jonge lieden, die hun loopbaan in de wereld beginnen, zeer gelukkig is om onder de leiding te wezen van hen, die wijs en Godvruchtig en jegens hen getrouw zijn, gelijk Joas zolang hij onder de invloed was van Jojada, deed wat recht was.
Laat hen, die jong zijn, het als een voorrecht en een zegen beschouwen, en niet als een last en een bedwang, om diegenen bij zich te hebben, die hen waarschuwen tegen hetgeen kwaad is, en hen raden en aansporen om te doen wat goed is, en leut hen het niet als een teken van zwakheid en afhankelijkheid, maar van wijsheid en gezond verstand beschouwen, om naar de zodanigen te luisteren. Hij, die geen raad wil aannemen, kan niet geholpen worden.
Het is inzonderheid verstandig in jonge lieden om naar raad te luisteren ten opzichte van een huwelijk, zoals Joas gedaan heeft, die het aan zijn voogd overliet om zijn vrouwen voor hem te kiezen omdat Izebel en Athalia zulke plagen geweest waren, vers 3.
Dit is een keerpunt in het leven van jonge lieden, dat dikwijls blijkt hun geluk of hun ongeluk te zijn, en daarom zal hier veel zorg en wijsheid te pas komen.
2. Dat men zeer ver kan gaan in de uitwendige verrichtingen van de Godsdienst en er zich lang aan kan houden, bloot en alleen door de kracht van de opvoeding en de invloed van vrienden, terwijl men toch geen hartelijke liefde heeft voor de dingen Gods, noch er een inwendigen smaak voor heeft. Uitwendige beweegredenen kunnen de mensen drijven tot hetgeen goed is, die door geen levend beginsel van genade in hun hart er toe bewogen worden.
3. In het betoon van vroomheid. Het is mogelijk dat zij, die slechts de gedaante van de Godzaligheid hebben, hen voorbijstreven, die er de kracht van hebben. Joas heeft meer zorg en ijver voor het herstel van de tempel dan Jojada zelf, die hij bestraft voor zijn nalatigheid in die zaak, vers 6. Het is gemakkelijker tempels te bouwen dan tempels voor God te zijn.
4. Het herstellen van kerken is een goed werk, dat door ieder in zijn plaats naar vermogen bevorderd moet worden tot meerdere betamelijkheid en geriefelijkheid van de Godsdienstige bijeenkomsten. De geleerden zeggen ons, dat een deel van de tienden, die vanouds in de Christelijke gemeenten opgebracht werden, daaraan besteed werd.
5. Menig goed werk, dat nu nog ongedaan ligt, zou gedaan worden indien er slechts enige ijverige, actieve mannen waren, die het ter hand namen en er krachtig mee voortgingen. Toen Joas bevond dat, het geld niet zo geredelijk inkwam als hij verwachtte, beproefde hij het op een andere wijze, en deze beantwoordde aan het doel. Velen hebben genoeg eerlijkheid om te volgen, die geen ijver genoeg hebben om voor te gaan in hetgeen goed is. Het werpen van geld in een kist door een opening in het deksel, was een methode, die vroeger niet gevolgd werd, en misschien heeft juist het nieuwe van de zaak succes er aan gegeven, zodat het een zeer goede manier bleek om geld bijeen te brengen. Er werd veel ingeworpen, en men deed het blijmoedig, allen verheugden zij zich vers 10.
Een bedenksel, dat naar de zin van het volk is, kan hen soms er toe brengen hun plicht te doen. De wijsheid is een uitnemende zaak om iets recht te maken.
6. Getrouwheid is de grootste lof, en zal de grootste vertroosting zijn van hen, aan wie openbare gelden zijn toevertrouwd, of die in openbare zaken gebruikt worden. De koningen Jojada hebben het geld getrouwelijk aan de werklieden overhandigd, die het werk getrouwelijk volbracht hebben, vers 12, 13.