2 Kronieken 20:14-19
Wij hebben hier Gods genadige verhoring van Josafats gebed, en het was een spoedige verhoring, terwijl hij nog sprak, hoorde God voordat de gemeente weggezonden werd, weid hun de verzekering gegeven dat zij zullen zegevieren, want het is nooit tevergeefs God te zoeken.
1. De geest van de profetie kwam op een Leviet, die tegenwoordig was, niet op een plaats van de eer, maar in het midden van de gemeente, vers 14. De geest, evenals de wind, blaast waarheen en op wie hij wil. Hij was uit de zonen Asafs, en dus een van de zangers. God wilde dat ambt eren. Of hij al of niet tevoren een profeet is geweest, is onzeker, zeer waarschijnlijk was hij het, waardoor des te meer acht op hem geslagen werd. Er was geen teken nodig, de zaak zelf zou de volgenden dag geschieden, en dat zal een voldoende bevestiging zijn van zijn profetie.
2. Hij moedigde hen aan om op God te vertrouwen, hoewel het gevaar zeer dreigend was, vers 15. Vreest gijlieden niet, gij hebt genoeg vrees toegelaten om u tot God te brengen, laat nu niet datgene toe, wat u weer van God weg zou drijven. De strijd is niet uwe, het is niet in uw eigen kracht, noch voor uw eigen zaak, dat gij gaat strijden, de strijd is Gods, hij zal naar uw wens uw zaak tot de Zijne maken."
3. Hij geeft hun bericht van de bewegingen des vijands, en beveelt hun hen tegemoet te gaan, met nauwkeurige aanwijzingen, waar zij hem zullen vinden. Trek morgen tot hen af, vers 16, 17. Het is recht dat Hij, die de verlossing gebiedt, ook het bevel voert over hen, voor wie de verlossing gewerkt zal worden, en de nodige orders geeft beide ten opzichte van tijd en plaats.
4. Hij verzekert hun dat zij niet de roemrijke werktuigen maar de blijde aanschouwers zullen zijn van de algehele nederlaag van de vijand. "Gij zult geen slag behoeven te doen het werk zal voor u gedaan worden, staat slechts stil en ziet het, vers 17. Zoals Mozes tot Israël zei aan de Rode Zee, Exodus 14:13 : God is met u, die instaat is zelf Zijn werk te doen, en het doen zal.
Indien de strijd Zijn is, dan is ook de overwinning Zijne." Laat de Christen-krijgsknecht slechts uittrekken tegen zijn geestelijke vijanden, en de God des vredes zal hen weldra onder zijn voeten vertreden, en hem meer dan overwinnaar doen zijn.
5. Josafat en zijn volk ontvingen die verzekeringen met geloof, eerbied en dankbaarheid.
a. Zij bogen hun hoofd, eerst Josafat en toen al het volk, zij vielen neer voor het aangezicht des Heeren, aanbiddende de Heere met heilig ontzag en vreze Gods, dit teken ontvangende van Zijn gunst, zeggende met gelovig vertrouwen: naar Uw woord zij het ons.
b. Zij hieven hun stem op om de Heere te loven, vers 19.
Een werkzaam geloof kan God danken voor een belofte, al is zij ook nog niet vervuld, wetende dat Gods verbintenis zo goed is als gereed geld. "God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen", Psalm 60:8.