Ruth 4:9-12
Boaz ziet nu zijn weg effen voor zich, en daarom stelt hij niet uit om zijn belofte aan Ruth te vervullen, dat hij de plicht van de nabestaande jegens haar zal volbrengen, maar daar, in de poort van zijn stad, in de tegenwoordigheid van de oudsten en van al het volk maakt hij het huwelijksverdrag bekend tussen hem en Ruth de Moabietische, en daarmee de koop van al het goed, dat aan het geslecht van Elimelech heeft behoord. Indien hij geen man was geweest, geweldig van vermogens, Hoofdstuk 2:1, dan zou hij niet bij machte zijn geweest om dit alles te lossen, en deze dienst aan het gezin van zijn bloedverwant niet hebben kunnen bewijzen. Waartoe dient een grote bezitting anders dan om de mens instaat te stellen zoveel meer goed te kunnen doen in zijn geslacht, inzonderheid aan hen, die tot zijn eigen familie behoren, zo hij slechts het hart, de gezindheid heeft om dit te doen?
Betreffende dit huwelijk nu blijkt:
I. Dat het gevierd, of tenminste bekend gemaakt werd voor vele getuigen, vers 9, 10, . "Gijlieden zijt heden getuigen":
1. Dat ik de bezitting gekocht heb, wie haar of een deel van haar in pand heeft, hij kome tot mij, en hij zal het geld er voor ontvangen naar de waarde van het land", die berekend werd naar het aantal jaren van allen dag af tot aan het jubeljaar, Leviticus 25:15,. want dan zou het vanzelf in het geslacht van Elimelech terugkomen. Hoe meer openlijk de verkoop van bezittingen plaats had, hoe beter zij tegen bedrog waren beschermd.
2. Dat ik de weduwe aanvaard heb als mijn vrouw. Hij ontving geen bruidsschat met haar, het weduwgoed, dat zij had, was verhypothekeerd, en hij kon het niet terug verlangen zonder er de volle waarde voor te geven, en daarom kon hij wèl zeggen, dat hij haar gekocht had, en toch achtte hij, daar zij een deugdzame vrouw was, dat hij een goede koop had gesloten. Huis en goed is een erve van de vaderen, maar een verstandige huisvrouw is meer waard, zij is van de Heere, als Zijn bijzondere gave. Met haar te hangen bedoelde hij de gedachtenis van de doden te bewaren, opdat de naam van Machlon, hoewel hij geen zoon had om die te dragen, niet worde uitgeroeid van onder zijn broederen en van de poort van zijn plaats, maar hierdoor in wezen zou blijven, en dat in het openbare register vermeld zou worden, dat Boaz Ruth heeft gehuwd, de weduwe van Machlon, de zoon van Elimelech waarvan het nageslacht, wanneer het nodig had dit register te raadplegen, inzonderheid nota zou nemen. En daar deze geschiedenis bewaard is gebleven om de wille van dat huwelijk en van het geslacht, dat er uit voortgekomen is, bleek dit een afdoend middel om de naam van Machlon te vereeuwigen tot aan het einde van de wereld, meer zelfs dan Boaz er mee bedoeld had. En merk op, omdat Boaz deze eer heeft bewezen aan de dode en deze goedheid aan de levenden, heeft God hem de eer aangedaan om hem in de stamboom van Messias een plaats te geven, waardoor zijn geslacht boven al de geslachten Israëls geëerd werd, terwijl van die andere nabestaande, die zo bevreesd was zich te verkleinen en zijn erfdeel te verderven door de weduwe te huwen, de naam en het geslacht in vergetelheid zijn verborgen. Een tedere, edelmoedige zorg voor de eer van de doden, en het welzijn van arme weduwen en vreemdelingen, die er zelf geen vergelding voor kunnen doen, Lukas 14:14,. is Gode zeer welbehaaglijk en zal voorzeker door Hem beloond worden. Onze Heere Jezus is onze Goël, onze Losser, onze eeuwige Losser. Evenals Boaz zag Hij met mededogen op de treurigen toestand van het gevallen mensdom, tot zeer duren prijs heeft Hij het hemelse erfdeel voor ons gelost, dat door de zonde verpand was en verbeurd aan de Goddelijke gerechtigheid, en dat wij zelf nooit hadden kunnen lossen. Ook heeft Hij zich een bijzonder volk verkregen, dat Hij zich ondertrouwd heeft hoewel zij, als Ruth, vreemdeling waren, arm en veracht, opdat de naam van dit gestorven geslacht niet voor altijd uitgeroeid zou worden. Om dit te doen heeft Hij er het verderven van Zijn eigen erfdeel aan gewaagd, want hoewel Hij rijk was, is Hij om onzentwil arm geworden. Maar Hij is er overvloedig voor beloond door Zijn Vader, die Hem, omdat Hij zich zo vernederd heeft, uitermate heeft verhoogd, en Hem een naam heeft gegeven boven allen naam. Laat ons onze verplichting aan Hem erkennen en er ons steeds op toeleggen om Hem te eren.
Door zijn openlijke bekendmaking van dit huwelijk en die aankoop heeft Boaz niet alleen zijn recht beveiligd tegen allen, die er aanspraak op zouden willen maken, maar ook Ruth eer aangedaan, tonende dat hij zich harer niet schaamde, zich ook harer afkomst en armoede niet schaamde, en een getuigenis nagelaten tegen alle geheime huwelijken. Alleen hetgeen boos is haat het licht en komt niet tot het licht, Boaz riep getuigen voor hetgeen hij deed, want wat hij deed kon hij rechtvaardigen, en zou hij nooit loochenen, en in die tijd werd zelfs aan het verachte gemeen, de menigte, nog zoveel eer bewezen, dat niet slechts de oudsten, maar ook het volk dat in de poort heen en weer ging, tot getuige werd geroepen, vers 9, en dat daarnaar gehoord werd, vers 11,. toen zij zeiden: Wij zijn getuigen.
II. Dat het van vele gebeden vergezeld ging. Toen de oudsten en al het volk getuigden bij dit huwelijk, gaven zij er hun goede wensen voor te kennen, en zegenden zij het, vers 11, 12. Nu schijnt om Ruth gezonden te zijn, want zij spreken van haar, vers 12,. als zijnde tegenwoordig: deze jonge vrouw, en daar hij haar tot vrouw genomen heeft, beschouwen zij haar als reeds in zijn huis gekomen. En zeer hartelijk hebben zij voor het pasgehuwde paar gebeden. Waarschijnlijk heeft hij, die de oudste was van de oudsten, dit gebed uitgesproken, en hebben de overige oudsten en het volk er mee ingestemd, en daarom wordt er van gesproken als door hen allen gedaan, want bij openbare gebeden is er maar een die spreekt, maar wij allen moeten bidden.
Merk op:
1. Huwelijken moeten ingezegend worden met en vergezeld gaan van gebed, omdat ieder schepsel en iedere toestand datgene voor ons is, en niet meer, wat God ze doet zijn. Het is beleefd en vriendelijk om alle geluk toe te wensen aan hen, die zich in die staat gaan begeven, en het goede, dat wij hun toewensen, moeten wij voor hen bidden van de Fontein van alle goed. Gelijk de leraar, die zich wijdt aan de bediening des woords en aan het gebed, de geschiktste persoon is om te vermanen, zo is hij ook de geschiktste persoon om te zegenen, en te bidden voor hen, die zich in die staat begeven.
2. Wij behoren elkanders welvaren en voorspoed te begeren en er om te bidden, zover moet het van ons wezen om ze elkaar te benijden of te misgunnen.
A. Hier nu bidden zij voor Ruth: De Heere make deze vrouw, die in uw huis komt, als Rachel en als Lea. Dat is: God make haar een goede huisvrouw en een vruchtbare moeder. Ruth was een deugdzame vrouw, en toch had zij de gebeden harer vrienden nodig, om door Gods genade een zegen te worden voor het huisgezin, waarin zij kwam. Zij bidden dat zij als Rachel en Lea zou zijn, veeleer dan als Sara en Rebekka, want Sara had maar een zoon, en Rebekka slechts een, die in het verbond was, de andere was Ezau, die verworpen werd, maar Rachel en Lea hebben het huis Israels gebouwd, al haar kinderen waren in de kerk, in de gemeente des Heeren, en haar nakroost was zeer talrijk. "Moge zij een bloeiende, vruchtbare wijnstok wezen aan de zijden van uw huis."
B. Zij bidden voor Boaz, dat hij moge voortgaan met kloekelijk te handelen in de stad, waarvan hij een sieraad was en al meer en meer vermaard zal worden. Zij wensen dat de vrouw een zegen moge worden voor de bijzondere zaken van het huis, en dat de man een zegen moge zijn voor de openbare zaken van de stad, dat zij in haar plaats en hij in de zijne was, deugdzaam en voorspoedig zijn mogen.
Merk op: het middel om vermaard te worden is kloekelijk of waardiglijk te handelen. Grote vermaardheid moet door grote verdiensten verkregen worden. Het is niet genoeg om niet onwaardiglijk te handelen, argeloos of onschadelijk te zijn, maar wij moeten waardiglijk handelen, nuttig zijn en dienstbaar aan ons geslacht, zij, die waarlijk in goeden zin vermaard willen wezen, moeten als lichten schijnen in hun plaats.
C. Zij bidden voor het gezin. Uw huis zij als het huis van Perez, dat is: "Het zij talrijk, het vermenigvuldige grotelijks, zoals het huis van Perez vermenigvuldigd is." De Bethlehemieten waren van het huis van Perez, en wisten hoe talrijk het was. In de verdeling van de stammen heeft deze kleinzoon van Jakob de eer gehad, die geen van de anderen, behalve Manasse en Efraïm, gehad hebben, namelijk dat zijn nakomelingen gesplitst werden in twee onderscheiden geslachten, die van Hezron en van Hamul, Numeri 26:21.. Nu bidden zij dat het geslacht van Boaz, dat een tak was van die stam, in vervolg van tijd even talrijk en groot zal worden als die gehele stam nu was.