9. Verwoest niet zelf uw geluk door allerlei ongerechtigheid, tot bevrediging uwer hebzucht te plegen, maar bedenk ook, dat de gierigheid, die de openlijke misdaad schuwt, u gene tevredenheid en rust kan verschaffen; want, die het geld, het zilver, lief heeft wordt van het geld, het zilver, niet zat; want goed en zilver kunnen den honger der ziel niet stillen; en wie den overvloed lief heeft, wordt van het inkomen niet zat; want het is niet in den overvloed gelegen, dat een mens leeft van zijne goederen. Dit is ook ijdelheid, even als zo vele andere dingen op deze arme aarde, die zo veel schijngoederen aanbiedt (
Amos 8:4,
Spreuken 15:25).
Alexander had niet genoeg aan al de koninkrijken, die hij onderworpen had, ja niet aan ene ganse wereld. Evenzo gaat het met alle andere dingen. Wie wijsheid, eer, rijkdom, kracht, schoonheid, gezondheid enz. bezit, is er toch niet mede tevreden. Zo is dit arme, ellendige leven van den gierigaard een goede spiegel voor anderen. Want gelijk de gierigaards geld bezitten en het toch niet vrolijk durven gebruiken, maar altijd naar meer geld verlangen, alzo doen wij met alle gaven. Want wat is een gierigaard anders dan een arm, geplaagd en onrustig wezen, dat altijd het oog heeft op hetgeen het nog niet bezit; daarom is het ijdelheid en kwelling des geestes. Zijn zij integendeel gene gelukkige mensen, die tevreden zijn, als God hun voedsel en deksel geeft, en Hem voor de toekomst laten zorgen?.
De natuurlijke begeerten zijn gerust en tevreden als het begeerde verkregen is, maar de verdorven begeerlijkheden zijn onverzadiglijk. De natuur is met weinig, de genade met nog minder, maar de verboden lust nergens mede tevreden. Hij, die het zilver in menigte heeft en het nog dagelijks bij zich ziet toenemen, bevindt echter, dat het geen wezenlijk genoegen aan zijne ziele kan verschaffen..