36 Te weten wanneer men op niet anders ziet dan op hetgeen dat den mensen en den beesten uiterlijk wedervaart. Want de mensen halen adem, zij eten, drinken, slapen; zij zijn ook ziekten en pijnen, ja, ook eindelijk den dood zelven onderworpen, niet anders dan de beesten. Maar anderszins is de voortreffelijkheid der mensen groot boven de beesten.