31 Dat is, den onschuldige en schuldige. De zin is: Als ik aanzag de ongerechtigheid die onder de mensen regeerde in het uitspreken der oordelen, zo troostte ik mij hiermede, gedenkende dat God, de opperste en rechtvaardigste Rechter, alle mensen te zijner tijd rechtvaardiglijk zal oordelen, een iegelijk vergeldende naar zijn werken.