17. Daarom haatte ik dit leven, want dit werk dacht mij kwaad, deed mij smartelijk aan, dat onder de zon geschiedt; want het is al ijdelheid en kwelling des geestes, een jagen naar wind, zonder blijvend voordeel en bevrediging van het hart.
Het is den rechtvaardige beloofd, dat hij in eeuwige gedachtenis zal zijn, maar zulk ene belofte bestaat er niet aangaande de wijsheid dezer wereld. Tussen den dood van enen godzalige en enen goddeloze is groot onderscheid, niet tussen den dood van enen wijze en enen dwaas, voor beiden is het graf ene plaats van vergetelheid, een nieuw geslacht komt, dat hen niet kende. De geleerdste onder de mensheid, die buiten Christus sterft, zal geen beter lot hebben, dan de meeste onkundige, die zonder Christus sterft; en het denkbeeldige voordeel, van na den dood geëerd te worden, is even onzeker als ijdel. En wat is het voor een schijngoed, dat zovelen begeren en zo weinigen verkrijgen? Welk voordeel heeft het lichaam in het graf, of de ziel in de hel van aardsen lof? En de zielen der rechtvaardigen kunnen dien niet nodig hebben. Zodat, indien dit alles was, wij geneigd zouden kunnen zijn, ons leven met al den vruchtelozen arbeid te haten, daar het alles ijdelheid en kwelling des geestes is..