12. Alzo zegt de HEERE, het is mijn vast en onveranderlijk raadsbesluit: Zijn zij voorspoedig 1) en alzo velen, hoe machtig de Assyriërs met hun legers zich ook mogen wezen, en hoe velen zij ook mogen zijn, alzo zullen zij ook geschoren worden, toch zullen zij als het gras der weide worden afgemaaid, en hij, Assur, zal doorgaan, zal te niet gaan. Ik heb u, o Mijn uitverkoren volk in Juda, wel eenmaal door Assur gedrukt, toen Ik u onder Achaz en Hizkia in zijne macht overgaf, maar Ik zal u niet meer drukken door hem.
1) Betere vertaling is: Ofschoon zij voorspoedig (of, onverlet) zijn en alzo talrijk, zo zullen zij toch weggemaaid worden en hij zal teniet gaan. De Heere God verzekert hier aan Zijn volk tot bemoediging en tot vertroosting, dat de roede des drijvers zal verbroken worden, dat Juda niet meer zal benauwd worden door Assur. Wel scheen Assur nog op het toppunt zijner macht te verkeren, maar straks zou de tijd komen, dat Ninevé verwoest en aan de wereldmacht van Assur een einde zou gemaakt worden. 13. Maar nu zal Ik zijn juk, de smaadvolle onderwerping, die gij, hoewel Hizkia die later gedeeltelijk heeft afgeschud, draagt zolang gij Assur's macht met zorg moet beschouwen, van u breken, en Ik zal uwe banden, waarmee Assur u aan zich heeft gekluisterd, verscheuren, daar Ik zijne eigene hoofdstad verwoest.
Even als het gericht van Ninevé slechts ene straalbreking van het ene eeuwige gericht en dien tijd was, zo is ook het gevolg, de verlossing der gemeente van Ninevé's juk, slechts een keten der verlossingen Gods, die in den grond ook ééne verlossing zijn. Want zij komen alle uit het hart van den éénen goeden God, die degenen kent, die op Hem vertrouwen. Ieder voorafgaand gericht bevat profeterend de trekken van het laatste gericht. Elke der voorafgaande verlossingen ontvangt haar volkomen licht eerst van de laatste verlossing.