5. De overige heidenen, die den Heere en Zijn woord niet zoeken, of weer daarvan afvallen, zullen in hun machteloosheid dezen vrede Gods van het bekeerde volk van God en van alle anderen, die des Heeren woord aannemen, niet kunnen verstoren, Want alle volken onder deze in ongeloof en vijandschap volharde heidenen, zullen wandelen en handelen elk in den naam, d. i. in de kracht zijns gods, die toch geen god is, maar een levenloos, krachteloos nietig beeld van zijn verduisterd verstand; maar wij, de gehele bekeerde gemeente des Heeren, Joden en Heidenen, zullen wandelenen handelen in den naam d. i. in de almachtige kracht des HEEREN, onzes Gods, die de alleen waarachtige is, de Schepper en Regeerder der wereld, wiens naam een vaste burg is voor allen, die derwaarts vluchten (
Spreuken 18:10). Dat zal eeuwiglijk en altoos zo wezen; nooit zal de macht der zonde, noch de boosheid en list der goddelozen ons van Hem scheiden of onzen vrede verstoren.
In dit vers wordt aan de ene zijde de nietigheid en krachteloosheid van de afgoden aangeduid en duidelijk de macht en sterkte van den God des heils, den enigen en waarachtigen God, aangewezen, maar daarmee ook, dat ten slotte de heidenen de gelovigen uit Joden en Heidenen niet zullen kunnen schaden. Niet alle Heidenen zullen komen tot het geloof in den enigen en waarachtigen God. Er zullen nog vele bittere vijanden overblijven, maar zij mogen drukken en verdrukken, vernietigen kunnen zij de gelovigen niet. Want dezen laatsten staat God, de Heere, de Almachtige ter zij.
Het is ene duivelse mening, dat men in elken godsdienst zou kunnen zalig worden. Is de God der Christenen, de enige ware God, dan spreekt van zelf, dat buiten de kerk van Christus gene macht, wijsheid en deugd kan bestaan.