Johannes 13:36-38
In deze verzen hebben wij:
I. Petrus' nieuwsgierigheid, en hoe die beteugeld werd.
1. Petrus' vraag was onbescheiden, vers 36. Heere, waar gaat Gij heen? De vraag had betrekking op hetgeen Christus gezegd had, vers 33:Waar Ik heenga, kunt gij niet komen. De praktische instructies, die Christus hun gegeven had betreffende broederlijke liefde, ziet hij voorbij, hieromtrent doet hij gene vraag, maar wel over hetgeen Christus voorbedachtelijk nog in het duister wil laten. Het is een algemeen gebrek onder ons om meer weetgierig te zijn omtrent de verborgen dingen, die Godes zijn, dan betreffende de geopenbaarde dingen, die voor ons zijn en voor onze kinderen, meer verlangend om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, dan om leiding te hebben voor ons geweten, te weten wat er in den hemel gedaan wordt, dan wat wij te doen hebben om er te komen. Het is gemakkelijk waar te nemen in den omgang met Christenen, hoe spoedig hetgeen duidelijk, eenvoudig en stichtelijk is in een gesprek uitgeput raakt, terwijl over twijfelachtige zaken eindeloos geredeneerd en getwist wordt.
2. Christus' antwoord was leerrijk. Hij gaf hem geen bericht omtrent de wereld, waar Hij heenging, ook heeft Hij nooit Zijne heerlijkheid en vreugde zo duidelijk voorzegd als Zijn lijden, Hij zei slechts wat Hij tevoren gezegd had, vers 36:Laat dit volstaan: Waar Ik heenga kunt gij Mij nu niet volgen, maar gij zult Mij namaals volgen.
a. Wij kunnen dit verstaan van zijn volgen van Hem naar het kruis. "Gij hebt gene geloofskracht genoeg en gene vastberadenheid genoeg om van Mijn drinkbeker te drinken", en dat is ook gebleken in zijne lafhartigheid toen Christus leed. Daarom heeft Christus, toen Hij gevangen genomen werd, voor de veiligheid Zijner discipelen gezorgd: Laat dezen heengaan, omdat zij Hem nu niet konden volgen. Christus gedenkt der zwakheid van Zijne discipelen, en zal hun het werk en de ontbering niet opleggen, waarvoor zij nog niet geschikt zijn, hun kracht zal zijn gelijk hun dagen. Hoewel aan Petrus het martelaarschap beschoren zal zijn, kan hij Christus nu toch nog niet volgen, daar hij nog niet tot zijn vollen groei en wasdom gekomen is, maar hij zal Hem namaals volgen, hij zal ten laatste, evenals zijn Meester, gekruisigd worden. Laat hem niet denken, dat hij, wijl hij nu aan het lijden ontkomt, daarom nooit lijden zal. Omdat ons eens het kruis ontgaat, moeten wij ons niet voorstellen, dat wij het nooit zullen ontmoeten, er kunnen grotere beproevingen voor ons zijn weggelegd dan wij ooit gekend hebben.
b. Wij kunnen het verstaan van zijn volgen van Hem naar de kroon. Christus ging nu naar Zijne heerlijkheid, en Petrus was zeer begerig om met Hem te gaan. "Neen", zegt Christus, "gij kunt Mij nu niet volgen, gij zijt nog niet rijp voor den hemel, en gij hebt ook uw werk op aarde nog niet voleindigd. De voorloper moet eerst ingaan om u ene plaats te bereiden, maar gij zult Mij namaals volgen, nadat gij den goeden strijd zult gestreden hebben, en op den bestemden tijd". De gelovigen moeten niet verwachten verheerlijkt te worden zodra zij krachtdadig geroepen zijn, want er is ene woestijn tussen de Rode Zee en Kanaän.
II. Petrus' verwaandheid en de bestraffing, welke hij deswege ontving. 1. Petrus doet een vermetele betuiging van zijne standvastigheid. Hij is er niet mede tevreden om achtergelaten te worden, maar vraagt: "Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Twijfelt Gij aan mijne oprechtheid en standvastigheid? Ik beloof U, als het nodig is, zal ik mijn leven voor U zetten". Sommigen denken dat Petrus, evenals de Joden bij een dergelijke gelegenheid, in den waan verkeerde, dat Christus ene reis, ter land of ter zee, naar een ver-afgelegen land wilde ondernemen, en dat hij Hem zijn vast besluit te kennen gaf om overal, waar Hij heen zou gaan, met Hem te gaan. Daar hij echter zijn Meester zo dikwijls van Zijn lijden had horen spreken, kon hij toch voorzeker niet anders begrepen hebben, dan dat Hij sprak van Zijn heengaan door te sterven, en, evenals Thomas, neemt hij het besluit om met Hem te gaan en met Hem te sterven, en, beter is het met Hem te sterven, dan zonder Hem te leven. Zie hier:
a. Welk ene genegenheid Petrus voor onzen Heere Jezus heeft gekoesterd: "Ik zal mijn leven voor U zetten, meer kan ik niet". Ik geloof, dat Petrus sprak wat hij dacht, en dat hij wel onbedachtzaam maar niet onoprecht was in zijn besluit. Christus behoort ons dierbaarder te zijn dat het leven, dat wij dus, zo wij er toe geroepen worden, gaarne om Zijnentwil moeten overgeven, Handelingen 20:24.
b. Hoe kwalijk hij het nam, dat er aan zijne getrouwheid getwijfeld werd, aangeduid in dien uitroep: "Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Twijfelt Gij aan mijne trouw?" 1 Samuël 29:8. Als iemand oprechte liefde in het hart heeft, zal het hem grieven, zo er aan getwijfeld wordt, Hoofdstuk 21:17. Christus had wel gezegd, dat een hunner een duivel was, maar hij was ontdekt, en hij was uitgegaan, en daarom denkt Petrus met te meer gerustheid en verzekerdheid te kunnen spreken van zijn eigen oprechtheid. "Heere, ik ben besloten U nooit te verlaten, waarom kan ik U dan niet volgen?" Wij zijn zeer geneigd te denken, dat wij alles kunnen, en nemen het kwalijk als ons gezegd wordt, dat wij dit of dat niet kunnen, terwijl wij toch zonder Christus niets kunnen doen.
2. Christus doet hem een ontzettende voorzegging van zijne onstandvastigheid, vers 38. Jezus Christus kent ons beter dan wij ons zelven kennen, en Hij heeft velerlei wegen en middelen om hen, die Hij liefheeft, en voor wie Hij de hovaardij wil verbergen, aan hen zelven te ontdekken.
a. Hij bestraft Petrus om dit zo grote vertrouwen, dat eigenlijk slechts verwaandheid was. Zult gij uw leven voor Mij zetten? Mij dunkt, Hij moet dit met een glimlach gezegd hebben: "Petrus, gij belooft te veel om er op te kunnen steunen, gij bedenkt niet hoeveel strijd het kost, en hoeveel weerzin overwonnen moet worden om een leven te kunnen afleggen, en hoe hard en zwaar het sterven valt, het is niet zo spoedig gedaan als gezegd". Hierdoor brengt Christus Petrus tot nadenken, niet om hem zijn besluit te doen herroepen, of hem er voor terug te doen deinzen, maar om hem er het zo noodzakelijke voorbehoud aan te doen toevoegen: "Heere, zo Uwe genade er mij toe in staat stelt, zal ik mijn leven voor U zetten". "Onderneemt gij het om voor Mij te sterven? Hoe! gij die op het water bevreesd zijt geworden om er met Mij op te wandelen? Hoe! gij, die toen er van lijden gesproken werd, uitriep: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden. Het was licht en gemakkelijk om uwe boten en netten te verlaten om Mij te volgen, maar het is niet zo licht en zo gemakkelijk om uw leven af te leggen". Zijn Meester zelf had een strijd te strijden, toen het hiertoe kwam, en de discipel is niet meerder dan zijn Heere. Het is goed voor ons, om van ons vermetel, hovaardig betrouwen in ons zelven door beschaming weggerukt te worden. Zal een gekrookt riet zich inbeelden een zuil te zijn, of een ziekelijk kind het op zich nemen om een kampvechter te wezen? Welk een dwaas ben ik om zulke grootspraak te voeren! b. Hij voorzegt hem duidelijk zijne lafhartigheid in de moeilijke, beslissende ure. Om den mond te stoppen aan zijn roemen en te voorkomen, dat Petrus het nogmaals zou zeggen: Ja, Meester, dat zal ik, geeft Christus de plechtige bevestiging aan Zijne voorzegging met het: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: de haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben. Hij zei niet, zoals later, in dezen zelven nacht, want het schijnt toen nog twee nachten voor het pascha geweest te zijn, maar: "Weldra zult gij Mij in het korte tijdsbestek van een nacht driemaal verloochend hebben, ja zelfs binnen zo kort een tijdsverloop als tussen het eerste en laatste hanengekraai: de haan zal niet kraaien, zal zijn kraaien nog niet geëindigd hebben, voor gij Mij wederom en nogmaals verloochend zult hebben, en dat wel uit vreze voor lijden. Het hanengekraai wordt vermeld: a. om aan te duiden, dat de beproeving, waarbij hij zich aldus zal misdragen, des nachts zal plaats hebben, hetgeen onwaarschijnlijk scheen, maar Christus' voorzegging er van was een voorbeeld van Zijn onfeilbaar voorzien. b. Omdat het kraaien van den haan de aanleiding zal wezen voor zijn berouw, dat niet vanzelf zou gekomen zijn, indien Christus het niet in Zijne voorzegging had vermeld. Christus heeft niet slechts voorzien, dat Judas Hem zou verraden, hoewel deze het slechts in zijn hart had voorgenomen, maar Hij voorzag dat Petrus Hem zou verloochenen, hoewel deze dit geenszins voornemens was, maar wel het tegenovergestelde dacht te doen. Hij kent niet slechts de boosheid der zondaren, maar ook de zwakheid der heiligen. Christus zei aan Petrus: Ten eerste. Dat hij Hem zou verloochenen, Hem zou verzaken en afzweren: "Niet slechts zult gij Mij niet nog volgen, maar gij zult u schamen te bekennen, dat gij Mij ooit gevolgd hebt". Ten tweede. Dat hij dit niet slechts eenmaal zou doen, door een haastig zich verspreken, maar dat hij het na ene tussenpoos zou herhalen voor de tweede en de derde maal, en het bleek maar al te waar te wezen. Gewoonlijk geven wij als reden op, waarom de profetieën der Schrift in duistere of overdrachtelijke bewoordingen zijn uitgedrukt, dat, indien zij de feiten of gebeurtenissen duidelijk beschreven, de vervulling er van verhinderd zou worden, of wel door ene noodwendigheid zouden plaatshebben, die onbestaanbaar is met de menselijke vrijheid, en toch heeft deze duidelijke, onomwonden profetie van Petrus' verloochening van Christus geen van die beiden teweeggebracht, noch is Christus er ook maar in het minst medeplichtig door geworden aan Petrus' zonde. Maar wèl kunnen wij ons voorstellen welk een grievende vernedering het was voor Petrus in zijn betrouwen op zijn moed om dit te vernemen, en wel op zulk een wijze, dat hij het niet durfde tegenspreken. want anders zou hij met Hazael gezegd hebben: "Wat! is Uw knecht een hond?" Het kon niet anders, of dit moest hem diep beschamen. Die het meest gerust zijn, zijn gewoonlijk het minst veilig, en diegenen zullen het schandelijkst hun eigen zwakheid openbaren, die met het meeste zelfvertrouwen steunen op hun eigen kracht, 1 Corinthe 10:12.