Jakobus 3:12-18
De hiervoren veroordeelde zonden komen meestal voort uit de verbeelding, dat men wijzer en met meer kennis toegerust is dan andere mensen, en daarom toont de apostel in deze verzen het onderscheid aan tussen hen, die voorwenden wijs te zijn, en hen, die het in waarheid zijn, en tussen de wijsheid, die van beneden (uit de aarde en uit de hel) is, en die, welke van boven is.
I. Wij hebben hier de voorstelling van de ware wijsheid, met haar onderscheidende kenmerken en vruchten. Wie is wijs en verstandig onder u? Die bewijze uit zijn goeden wandel zijne werken in zachtmoedige wijsheid, vers 13. Een waarlijk wijs man is een zeer verstandig man, hij zal nooit verlangen naar den naam van wijs te zijn zonder een goeden voorraad van kennis te kunnen tonen, en hij zal nooit zich zelven enigszins hoog schatten alleen omdat hij kennis heeft, wanneer hij de wijsheid mist om die kennis goed aan te wenden en te gebruiken. Die beide dingen gaan samen om ware wijsheid te vormen: wie is wijs en verstandig? Waar iemand in dat gelukkige geval verkeert, zal men de volgende vruchten zien.
1. Een goeden wandel. Wanneer wij wijzer zijn dan anderen, dan zal dat openbaar worden door het goed-zijn van onzen wandel, en niet door zijn ruwheid en ijdelheid. Woorden, die leren, en genezen, en goed doen, zijn de kentekenen van wijsheid, niet woorden, die groot vertoon maken, nadeel doen, en ons zelven of anderen kwaad berokkenen.
2. De ware wijsheid is kenbaar aan haar werken. De wandel, hier bedoeld, bepaalt zich niet tot woorden, maar omvat `s mensen gehelen wandel, daarom wordt er gezegd, laat hem zijn goeden wandel door zijn werken betonen. De ware wijsheid ligt niet in goede beschouwingen of bespiegelingen, maar in goede en nuttige daden. Hij, die goed denkt en goed praat, wordt in den zin der Schrift niet wijs genoemd, tenzij hij ook goed leeft en handelt.
3. De ware wijsheid wordt gekend aan de zachtmoedigheid van geest en gemoed. Laat hem die betonen met zachtmoedigheid. Het is een groot bewijs van wijsheid wanneer men voorzichtig zijn eigen toorn breidelt en geduldig den toorn van anderen verdraagt. En gelijk de wijsheid zich openbaart in zachtmoedigheid, zo is de zachtmoedigheid de grote vriendin van de wijsheid, want niets verhindert zozeer de rechtmatige waardering, het degelijk oordeel en de onpartijdigheid van inzicht, die nodig zijn om wijs te handelen, als de hartstocht. Wanneer wij zacht en kalm zijn, dan zijn wij het best instaat om naar reden te horen en redelijk te spreken. Wijsheid brengt zachtmoedigheid voort en zachtmoedigheid vermeerdert wijsheid.
II. Hun, die van een tegenovergesteld karakter zijn, wordt hier alle eer ontnomen, en hun wijsheid wordt hier tentoongesteld in al haar snoeverij en voortbrengselen. Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid, vers 14. Doe u voor zoals ge wilt, houd uzelven voor nog zo wijs, toch hebt ge overvloedig reden om op te houden met uzelven te verheerlijken, indien gij de liefde en den vrede omstoot en plaats geeft aan nijd en twist. Uw ijver voor de waarheid, uw rechtzinnigheid, uw roem op meerdere kennis dan anderen hebben, zij zullen allen een schande voor het Christendom en een openlijke tegenspraak daarvan zijn, indien gij ze alleen gebruikt om anderen hatelijk te maken en uw spijt en hartstochten tegen hen den teugel te vieren. Lieg dus niet tegen de waarheid. 1. Nijd en twist zijn het tegenovergestelde van zachtmoedigheid en wijsheid. Het hart is de zetel van beide, maar nijd en wijsheid kunnen niet tegelijk in hetzelfde hart wonen. Heilige ijver en bittere nijd zijn even verschillend van elkaar, als de lichtglans van de seraphim en het vuur der hel.
2. De volgorde der dingen wordt hier voorgesteld. Nijd gaat voorop en maakt twistgierigheid, de twist beproeft zich te verontschuldigen door ijdele eer en leugen, en daaruit ontstaat verwarring en alle boze handel. Zij, die leven in kwaadheid, nijd en twist, leven in verwarring, en zijn blootgesteld aan de verzoeking tot allen bozen handel. Zulke onordelijkheden veroorzaken vele verzoekingen en versterken die, en brengen veel schuld over den mens. De ene zonde baart de andere, en men kan zich niet voorstellen hoeveel kwaad er uit ontstaat, daar is alle boze handel. En zou men roemen in een wijsheid, die zulke gevolgen heeft? Dat kan niet zonder het Christendom voor leugenachtig te verklaren, en voor te geven dat wijsheid is hetgeen er niets mee te maken heeft. Want merk op:
3. Vanwaar die wijsheid komt. Zij is niet de wijsheid, die van boven afkomt, maar zij stijgt op van beneden, en, om het duidelijk te zeggen, zij is aards, natuurlijk, duivels, vers 15. Zij komt voort uit aardse beginselen, handelt door aardse beweegredenen, en dient alleen voor aardse bedoelingen. Zij is zinnelijk, streelt het vlees, geeft gelegenheid om de lusten en begeerlijkheden des vlezes te voldoen. Of, volgens het oorspronkelijke woord, zij is psuchikê, dierlijk of menselijk, bloot de werking van de natuurlijke reden, zonder enig bovennatuurlijk licht. En zij is duivels, die wijsheid is de wijsheid der duivelen (om onrust te verwekken en leed te berokkenen). Zij wordt ingegeven door de duivelen, wier verdoemenis uit den hoogmoed ontstond, 1 Timotheus 3:6, en die in andere plaatsen der Schrift vermeld worden om hun toorn, als de verklagers der broederen. En daarom zullen zij, die met zulke wijsheid ingenomen zijn, ten slotte onder het oordeel der duivelen vallen.
III. Thans wordt ons voorgehouden het lieflijk beeld van de wijsheid, die van boven is, ten voeten uit getekend en gesteld tegenover de wijsheid die van beneden is. Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver enz., vers 17 en 18. Merk op: Ware wijsheid is Gods gave. Zij wordt niet verkregen door omgang met mensen, niet door de kennis der wereld, zoals sommigen zeggen, maar zij komt van boven. Zij heeft verscheidene bestanddelen.
1. Zij is zuiver, zij heeft geen bijmenging van beginselen en bedoelingen, die haar zouden verlagen, zij is vrij van onreinheid en bezoedelingen, laat geen bekende zonde toe, maar tracht naar heiligheid in hart en leven.
2. Zij is vreedzaam. Vrede volgt op zuiverheid en is van haar afhankelijk. Zij, die waarlijk wijs zijn, doen wat zij kunnen om den vrede te bewaren, opdat die niet verbroken worde, en om vrede te maken, waar die verstoord is. De hemelse wijsheid maakt de mensen, in den staat, in het gezin, in de gemeenten, in de maatschappij, overal, vreedzaam.
3. Zij is bescheiden, zij staat niet op haar uiterste recht in zaken van eigendom, zij zegt in zaken van tucht geen ding ruw, zij is niet heftig bij verschil in mening, door eigen inzien hoog te verheffen boven het gevoelen van anderen, zij is niet ruw en overheersend in den omgang of hard en wreed van gemoed. De bescheidenheid staat lijnrecht tegenover dat alles.
4. De hemelse wijsheid is gezeggelijk, eupeithês, zij is voor overreding vatbaar, wil leren wat goed en wat verkeerd is. Er bestaat een gezeglijkheid, die zwak en zondig is, maar het is geen afkeurenswaardige gezeglijkheid wanneer wij ons buigen onder de overreding van Gods Woord, en van alle rechtvaardige en redelijke raadgevingen of verzoeken van onze medeschepselen, ook niet wanneer wij tegenspraak opgeven, omdat daar grondige reden voor gegeven wordt en er een goed doel mede bereikt wordt.
5. Zij is vol van barmhartigheid en goede vruchten, innerlijk geneigd tot al wat goed en vriendelijk is, zowel om hen te helpen die in nood zijn als hun te vergeven, die haar beledigd hebben, en te handelen ten goede van anderen waar ook de gelegenheid zich opdoet.
6. De hemelse wijsheid is niet partijdig oordelende. Het oorspronkelijke woord adiakritos betekent eigenlijk: zij is zonder achterdocht, vrij van vooroordeel, maakt geen ongewettigd onderscheid in het gedrag jegens verschillende personen. Men kan ook lezen: zonder krakelen. Zij handelt niet uit sektarisme, zij redetwist niet bloot voor de zaak van een partij, zij veroordeelt anderen niet alleen omdat ze van haar in opvatting verschillen. De wijste mensen zijn het minst-geschikt om bestraffers te zijn.
7. De wijsheid, die van boven is, is ongeveinsd. Zij heeft geen vermomming en geen misleiding. Zij kan niet vervallen in de handelwijzen van hen, die de wereld voor wijs houdt, en die alleen listig en sluw zijn, maar zij is oprecht en openhartig, gestadig, zich zelven-gelijk-blijvend. O mochten gij en ik altijd door die wijsheid geleid worden, dat we met Paulus mochten zeg dat onze wandel is niet met vleselijke wijsheid, maar in eenvoudigheid en godzalige oprechtheid door de genade Gods. En eindelijk: de vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken. En hetgeen in vrede gezaaid wordt zal een oogst van vreugde opleveren. Laat anderen de vruchten inzamelen van strijd en twist, en al de voordelen voor zich zelven, die ze zich daarvan voorstellen, maar laat ons voortgaan vreedzaam het zaad der rechtvaardigheid te zaaien, en wij kunnen er staat op maken dat onze arbeid niet verloren zal zijn. Want het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en verheuging voor de oprechten van harte, het werk der gerechtigheid zal vrede zijn en de uitwerking der rechtvaardigheid gerustheid en zekerheid eeuwiglijk.