5. a) Uwe twee borsten zijn van zulk ene tedere, bevallige schoonheid, gelijk twee welpen, tweelingen van ene ree of gazel, die onder de lelies (
Hoofdstuk 2:2 ) weidenen zich aldaar legeren.
a) Hooglied 7:3.
Wanneer reeds de gazel, als volgroeid dier, op zich zelf een voortreffelijk, geliefkoosd en sprekend beeld van vrouwelijke bevalligheid en bekoorlijkheid is (Spreukenuk. 5:19), zo verschijnt een tweelingspaar harer jongen, uitgestrekt op een door lelies overspreid leger, te eigenaardiger, om het tedere en sierlijke van kuisen, maagdelijken boezem, achter een welriekend kleed verholen, aan te duiden.
"Behalve de tederheid der gazellen-geitjes, behalve hare gelijkheid als tweelingen, behalve hare lieflijkheid en vreedzaamheid, hebben zij in hare lustigheid en vrolijkheid toch ene soort van moedwilligheid en van dartelheid, waardoor zij de ogen der beschouwers onweerstaanbaar boeien en hem lokken naderbij te komen en ze te betasten."
De gelovigen hebben, zowel als een uitwendigen een inwendigen mens, die, als het ware, ook bijzondere lichaamsdelen en ledenmaten heeft, welke in zekeren zin werken in overeenkomst met die van het natuurlijke lichaam. Deze zijn de onderscheidene genadegaven van geloof, liefde, enz. welke delen zijn van die nieuwe natuur. En ofschoon de nieuwsgierigheid niet in iedere bijzonderheid kan bevredigd worden, is er toch in ieder deel ene bijzondere betekenis. Hier zijn noch onnutte woorden, noch ijdele herhalingen. Wij moeten ons derhalve wachten om dit alles voor onnodig aan te zien, aangezien God het best weet wat nodig is..
De Heilige Schrift heeft misschien meer te lijden gehad door de hardnekkigheid van uitleggers om alle moeilijkheden, die er in voorkomen, te verklaren dan door enige andere oorzaak..
Wanneer men lippen en mond als één lichaamsdeel beschouwt, wat ook zo is, zo vindt men hier zeven lofprijzingen, zoals Hengstenberg juist optekent (ogen, haar, tanden, mond, slapen, hals en borst), en Hahn spreekt met recht van ene zevenvoudige schoonheid..
Ziet daar bij delen ene volmaakte prent van schoonheid. Nergens anders toe geschikt, als om ons ene gemene waarheid te vertonen, en wel geen andere, als waartoe de Bruidegom het zelf te zamen trekt: Geheel zijt gij schoon, mijne vriendin, en er is geen gebrek aan U..