20. Maar ik wilde dat ik nu, in plaats dat ik als afwezig u moet schrijven, tegenwoordig bij u was en, zoals het mij dan mogelijk zou zijn, mijn stem mocht veranderen, om die toon aan te slaan die overeenkwam met de behoefte, zoals ik die dan zou opmerken. Ik wenste dat, want ik ben in twijfel over u en bevind mij in verlegenheid hoe ik van hier, uit de verte, tot u zal kunnen komen om een gewenst gevolg te hebben.
Met de tederste, treffendste liefde spreekt Paulus de Galaten aan als zijn "kinderen", die hij nog eens met smart baart, totdat Christus een gestalte in hen krijgt. Als hij zichzelf nog nader voorstelt als vader van zijn gemeente en gemeenteleden (1 Corinthiërs 4:15. Filemon 1:10), moest hij hier om de smart uit te drukken, het beeld van een moeder kiezen en de indrukwekkende aanspraak is nu te treffender, omdat die voorkomt als afgebroken en datgene verzwijgt wat zij bedoelt, namelijk de Galaten tot terugkeren te bewegen. De apostel zwijgt echter te meer, omdat hij voelt, dat niet de stomme letter, maar alleen de levende stem zijn gevoelens en ervaringen vol en zuiver kon uitdrukken. Daarom zou hij zo graag bij zijn afgedwaalde gemeente persoonlijk tegenwoordig zijn en zijn bestraffing veranderen in een mondelinge uitdrukking van liefde, omdat hij over hen in twijfel is geraakt.
Paulus vergelijkt hier Zijn geestelijke arbeid aan de harten van de lezers met het baren van een moeder. Het punt van vergelijking is de werkzaamheid om het kind voort te brengen. Het is te doen om een rijp, voldragen, volkomen kind, waarin het leven werkelijk volkomen aanwezig is. Pas in zo'n kind heeft de arbeid van de moeder tot baren haar doel bereikt; zolang echter die arbeid nog niet een volkomen, levend kind heeft teweeg gebracht, moet die arbeid weer opnieuw beginnen.
Zij, die hij reeds eenmaal heeft gebaard, veroorzaken hem nieuwe moeite, die hij dan ook zich getroost, zonder aflaten, totdat hem weer gelukt zal zijn de reeds eens teweeg gebrachte vorming van Christus weer in hen tot stand te doen komen. De lezers moeten zich schamen, dat de apostel het bij hen voorstelt als iets, dat bij hen opnieuw moet worden gezocht. Hij kan het echter met recht zo voorstellen, want wettelijkheid doet de gestalte, waartoe Christus in een mens is gekomen, weer verdwijnen, omdat die alleen daar aanwezig is, waar de mens staat in het rechtvaardigmakend geloof.
Weer baren, met reformatie-weeën - dat wil Paulus zijn kinderen, totdat Christus weer de gestalte in hen verkrijgt, die Hij toen had verkregen, toen zij zich zalig achtten over de prediking van de apostel, die zij opnamen als Christus Jezus; want de vijand had zijn boos spel gespeeld; de dwaalleraars hadden zijn kinderen een vervalst Christusbeeld voorgehouden en de geborenen naar de geest hun eigen vleselijke trekken opgedrongen. Dit woord is met recht een tekst voor een hervormings-leerrede; want in onze Luther heeft de kerk sterk de barensweeën van Paulus ondervonden, totdat het "laetare" kwam, waarvan Vers 27 spreekt. EPISTEL OP DE VIERDE ZONDAG IN DE VASTEN "LAETARE"
Met deze zondag komt een wending in de vasten-perikopen Isa 66:11: een vreugdekreet: "Laetare" ("verheug u wordt op eens vernomen en met deze vreugde stemt de epistel van ganser harte in. In Vers 27 toch wordt eveneens "Laetare" ("wees vrolijk gehoord. Deze zondag stelt de heerlijke staat van vrijheid voor, waarin men door het verenigen, of verloofd worden aan Christus, gekomen is.
De weg tot zaligheid is een weg van de genade; want alleen de genade 1) opent de weg tot zaligheid; 2) leidt verder op deze weg; 3) brengt tot het einde van deze weg. De vrijheid van de Christen: 1) haar grond in Gods genade; 2) haar werk de gehoorzaamheid van de vrije liefde; 3) haar doel de erfenis van de kinderen van God.
Uit genade bent u zalig geworden; het is de genade, die 1) het recht van een kind ons geeft; 2) de aard van een kind in ons werkt; 3) het deel van een kind ons verschaft.
De twee testamenten van God: 1) het een is de wet, het andere het evangelie; 2) het een vormt dienstknechten, in het andere worden kinderen geboren; 3) de dienstknechten worden uitgestoten, de kinderen blijven in het huis.
Het Jeruzalem, dat boven is: zijn hemelse oorsprong; 2) zijn aardse staat; 3) zijn tijdelijke strijd; 4) zijn eeuwige overwinning.
Het uitzicht van Golgotha: 1) in onze Christelijke staat; 2) in de wereld; 3) in de hemel.
Hoeveel reden wij hebben ons te verheugen, dat wij geroepen zijn tot leden van de ware kerk van het Nieuwe Testament. Wij genieten voor de tegenwoordige dagen het bezit van de zalige vrijheid van de kinderen van God en voor de dagen van de toekomst de hoop op het beërven van alle goddelijke beloften. (EIG. ARB.).