2 Kronieken 18:4-27
Dit is schier woord voor woord gelijk aan wat wij hadden in 1 Koningen 22. Wij zullen niet herhalen wat daar gezegd is, en wij hebben er ook niet veel bij te voegen, maar zullen aanleiding nemen om te denken
1. Aan de grote plicht om God te erkennen in al onze wegen, en naar het woord des Heeren te vragen voor alles wat wij ondernemen.
Josafat wilde niet voortgaan met de zaak eer hij dit gedaan had, vers 4.
Door gelovig gebed, door een onpartijdig raadplegen van de Schrift en van ons eigen geweten, en door een nauwkeurig letten op de wenken van de voorzienigheid kunnen wij dit onderzoek instellen en wel zeer tot onze voldoening.
2. Aan het grote gevaar van slecht gezelschap zelfs voor Godvruchtige mensen, zij die de meeste wijsheid, genade en standvastigheid hebben, kunnen er niet zeker van zijn dat zij gemeenzaam kunnen omgaan met goddeloze mensen, zonder dat dit hun kwaad doet.
Uit inschikkelijkheid voor Achab zit Josafat hier, bekleed met zijn koninklijke klederen, geduldig aanhorende hoe de valse profeten in de naam des Heeren leugens spreker, verse, en kan er nauwelijks toe besluiten om hem een maar al te zachte bestraffing te geven voorzijn haten van de profeet des Heeren, vers 7.
Hij durft de valsen profeet niet bestraffen die de getrouwen ziener laaghartig mishandel" noch Achab tegenstaan, die hem naar de gevangenis zendt.
Zij, die zich wagen in het gestoelte van de spotters, kunnen er niet van wegkomen zonder dat hun grote schuld aankleeft, tenminste wegens het nalaten van hun plicht, tenzij zij zo'n grote mate van wijsheid en kloekmoedigheid bezitten, als waarop slechts weinigen aanspraak kunnen maken.
3. Aan de rampzaligheid van hen, die omringd zijn van vleiers, inzonderheid van vleiende profeten, die hun vrede, vrede toeroepen en niets dan zachte dingen profeteren. Aldus werd Achab misleid tot zijn verderf, en terecht, want hij luisterde naar dezulken en gaf aan hen, die hem vleiden, de voorkeur boven een goeden profeet, die hem eerlijk waarschuwde voor zijn gevaar.
Diegenen handelen het best voor zichzelf, die hun vrienden, en inzonderheid hun leraren, verlof geven om rondborstig en getrouw met hen te spreken, en dit niet slechts geduldig aanhoren maar het vriendelijk opnemen. De raad, die ons aangenaamst is, is niet altijd de beste voor ons.
4. Aan de macht van Satan, onder Goddelijke toelating over de kinderen van de ongehoorzaamheid.
Een leugengeest kan vierhonderd leugenprofeten maken, en gebruik van hen maken om Achab te bedriegen, vers 21. De duivel wordt een moordenaar door een leugenaar te zijn, en verderft de mensen door hen te bedriegen.
5. Aan de rechtvaardigheid Gods door diegenen over te geven aan een kracht van de dwaling om een leugen te geloven, die de waarheid niet willen ontvangen in liefde, maar er in opstand tegen zijn, vers 21.
Laat de leugengeest overmogen om diegenen te verlokken tot hun verderf, die niet bewogen willen worden tot hun plicht en hun geluk.
6. Aan het harde lot van getrouwe leraren, wier deel het dikwijls geweest is om gehaat vervolgd en mishandeld te worden, omdat zij getrouw zijn aan hun God, rechtvaardig en vriendelijk zijn voor de zielen van de mensen. Omdat hij een goede consciëntie wilde behouden, werd Micha in het aangezicht geslagen, gekerkerd en tot brood en water van de bedruktheid veroordeeld. Maar hij kon met vertrouwen zich beroepen op de uitkomst, zoals al degenen kunnen doen, die vervolgd worden om hun getrouwheid aan God, vers 27.
De dag zal komen, wanneer het openbaar zal worden wie gelijk en wie ongelijk heeft, als Christus zal verschijnen tot onuitsprekelijke vertroosting van Zijn vervolgd volk en de eeuwige beschaming van hun vervolgers, die op die dag zullen moeten zien, vers 24 wat zij nu niet willen geloven.