1 Thessalonicenzen 3:1-5
In deze woorden geeft de apostel een verslag van zijn zending van Timotheus aan de Thessalonicenzen. Ofschoon hij verhinderd was zelf tot hen te komen, was zijn liefde voor hen zo groot, dat hij niet kon nalaten Timotheus tot hen te zenden. Alhoewel Timotheus hem van veel nut was en hij hem niet goed missen kon, was Paulus gewillig, voor hun welzijn, te Athene alleen gelaten te worden. Die dienaren hebben niet de ware liefde voor de stichting en het welzijn hunner gemeenten, die zich daarvoor niet in vele dingen kunnen verloochenen. Merk op:
I. De getuigenis, die hij aangaande Timotheus geeft. Timotheus onze broeder. Elders noemt hij hem zijn zoon, hier noemt hij hem zijn broeder. Timotheus was jonger dan Paulus, hij had minder gaven en genaden, hij was in lager rang in de bediening, want Paulus was apostel en Timotheus was evangelist, maar toch noemt Paulus hem broeder. Dat was een teken van des apostels nederigheid, en toont zijne begeerte om Timotheus te eren en hem in de achting der gemeenten aan te bevelen. Hij noemt hem ook een dienaar Gods. Dienaren van het Evangelie van Christus zijn dienaren van God en bevorderen het Evangelie van God onder de mensen. Hij noemt hem verder zijn medearbeider in het Evangelie van Christus. Dienaren van het Evangelie moeten zich zelven beschouwen als arbeiders in den wijngaard des Heeren, zij hebben een eervollen dienst en veel werk, maar goed werk. Dit is een getrouw woord: zo iemand tot een opzienersambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk, 1 Timotheus 3:1. En de dienaren moeten op elkaar toezien, elkanders handen versterken, niet twisten of strijden met elkaar en daardoor hun werk verhinderen, maar met elkaar er naar streven om het grote werk te volvoeren, waartoe zij geroepen zijn: de verkondiging van het Evangelie en de bekering van de mensen daartoe.
II. Het doel, waarmee Paulus Timotheus zond.
Om u te versterken en u te vermanen van uw geloof, vers 2. Paulus had hen bekeerd tot het Christelijk geloof, en nu verlangde hij dat zij er in bevestigd en versterkt mochten worden, dat ze versterkt mochten worden in de keuze van den Christelijken godsdienst en vertroost door de belijdenis en naleving daarvan. Hoe meer wij vertroost worden des te meer zullen wij bevestigd worden. Indien wij een vermaak hebben in de wegen Gods, zullen wij daardoor aangespoord worden om er in te blijven wandelen. De begeerte van Paulus was de Thessalonicenzen te versterken en te vermanen (of te vertroosten) met hun geloof, het voorwerp van hun geloof, namelijk, de waarheden van het Evangelie, en voornamelijk dat Jezus Christus de Zaligmaker der wereld is, en zo wijs en goed, zo machtig en getrouw, dat zij zich op Hem konden verlaten, -van de beloning huns geloofs, die meer dan overvloedig was om al hun verliezen te vergoeden en al hun arbeid te belonen.
III. De beweegreden, die Paulus had om Timotheus tot dat doel te zenden, was een heilige vrees en jaloersheid, dat niemand hunner van het geloof van Christus mocht bewogen worden, vers 3. Hij wenste dat niemand hunner zou worden bewogen of geschokt, en dat zij niet zouden afvallen van of wankelen in het geloof.
1. Hij zag daar gevaar voor en vreesde voor de gevolgen.
A. Er was gevaar: a. Door de verdrukkingen en vervolgingen ter wille van het Evangelie, vers 3. Deze Thessalonicenzen zagen welke verdrukkingen de apostelen en verkondigers van het Evangelie overkwamen, en dat zou hen kunnen afschrikken. Ook werden ongetwijfeld alle belijders van het Evangelie en ook dus deze Thessalonicenzen verdrukt.
b. Door de listen en de boosheid van den verzoeker. De apostel was bevreesd dat misschien de verzoeker hen zou verzocht hebben, vers 5. De duivel is een listige en onvermoeide verzoeker, die elke gelegenheid waarneemt om ons te bedriegen en te verwoesten, en alle voordelen tegen ons gebruikt, zowel in tijden van voorspoed als van tegenspoed, en hij is dikwijls wèl geslaagd bij mensen in verdrukking. Hij heeft dikwijls de zielen der mensen tegen het Evangelie ingenomen door hen te wijzen op de verdrukkingen van zijne belijders. Wij hebben daarom reden om nauwkeurig op ons zelven en op anderen te letten, dat wij niet door hem verstrikt worden..
B. Het gevolg, waarvoor de apostel vreesde, was dat zijn arbeid ijdel zou wezen. En dat zou hij geweest zijn, indien de verzoeker hen verzocht had en voordeel op hen behaald had door hen af te trekken van het geloof. Zij zouden verloren hebben wat zij verkregen hadden, en de apostel zou verloren hebben wat hij gewerkt had. Het is de bedoeling van den duivel om de goede vruchten van de prediking des Evangelies te verhinderen, en wanneer hij de dienaren niet kan beletten hun werk te verrichten, dan zal hij zo mogelijk de gevolgen van hun werk verwoesten. Getrouwe dienaren stellen veel belang in de vruchten van hun werk. Geen hunner arbeidt gaarne tevergeefs, en de dienaren besteden hun kracht en moeite en tijd niet gaarne zonder goeden uitslag.
2. Om dit gevaar te voorkomen, met zijn kwade gevolgen, zegt de apostel hun welke zorg hij nam om hun Timotheus te zenden.
A. Om hen te herinneren aan hetgeen hij hun voorzegd had omtrent de verdrukkingen, die hem treffen zouden, vers 4. Hij zegt, vers 3, Gij weet zelven dat wij hiertoe gesteld zijn, dat is tot het ondergaan van verdrukkingen. Het is de wil en de beschikking Gods, dat wij door vele verdrukkingen zullen ingaan in Zijn koninkrijk. Hun verdrukkingen en moeiten kwamen niet bij geval, niet enkel door den toorn en de boosaardigheid van hun vijanden, maar door de beschikking Gods. Alles kwam alleen zoals God het bepaald had, en zij wisten dat hij hun tevoren dit gezegd had, zodat zij niet moesten denken dat hen iets vreemds overkwam. Zij waren vooraf gewaarschuwd en dus vooraf gewapend. Het was verre van de apostelen om de mensen te vleien met de verwachting van aardsen voorspoed door den godsdienst, integendeel: zij zegden hun ronduit dat ze veel verdrukking in het vlees zouden hebben. En hierin volgden zij het voorbeeld van hun groten Meester, den bewerker van het geloof. Bovendien was het ene bevestiging voor hun geloof, wanneer zij bemerkten, dat het gebeurde zoals hun voorzegd was.
B. Om hun geloof te verstaan, zodat hij den apostel mocht berichten dat zij standvastig bleven onder al hun lijden, en dat hun geloof niet wankelde, omdat, wanneer zij staande bleven in het geloof, zij instaat zouden zijn om den verzoeker en al zijn verzoekingen het hoofd te bieden, hun geloof zou hun zijn een schild, met hetwelk zij al de vurige pijlen des bozen zouden kunnen uitblussen, Efeze 6:16.