Ruth 3:14-18
Hier wordt ons verhaald:
I. Hoe Ruth door Boaz werd weggezonden. Het zou niet veilig voor haar geweest zijn om in het holle van de nacht naar huis te gaan, daarom lag zij neer aan zijn voeten, niet naast hem, tot aan de morgen, maar zodra de dag begon aan te breken. zodat zij licht had op de weg naar huis, ging zij heen, eer dat de een de ander kennen kon, opdat, zo zij al gezien werd, zij toch niet herkend zou worden, en men dus niet zou weten dat zij op een ontijdig uur buitenshuis was. Zij was niet bevreesd om bekend te zijn als ene, die aren oplas in het veld, en zij schaamde zich niet dit blijk van armoede, maar zij zou niet gaarne bekend willen zijn als iemand, die des nachts op straat is, want haar deugd was haar grootste eer, en hetgeen haar het dierbaarst was.
Boaz zond haar heen:
1. Met de raad om te zwijgen, vers 14.. Het worde niet bekend dat een vrouw op de dorsvloer gekomen is, en de gehelen nacht zo dicht bij Boaz gelegen heeft. Niet alsof zij er zich veel om behoefden te bekommeren wat de mensen van hen zeiden, terwijl zijzelf zich bewust waren rein te zijn, maar omdat weinigen zó dicht bij het vuur konden naderen, als zij er toe genaderd waren, zonder zich te branden. Ware het bekend geweest, het zou in sommigen achterdocht hebben kunnen opwekken, en anderen zouden er aanmerkingen op gemaakt hebben. Vrome mensen zouden er door ontroerd of bedroefd zijn geweest, en slechte mensen zouden gejuicht hebben en daarom: het worde niet bekend. Wij moeten altijd zorgen niet alleen om een goed geweten te hebben, maar ook onze goeden naam te bewaren.
Wij moeten of niet doen wat, hoewel het onschuldig is, toch aanleiding kan geven om verkeerd uitgelegd te worden, of zo wij het doen, het niet bekend laten worden. Wij moeten niet alleen zonde, maar ook ergernis vermijden. Er was hier ook een bijzondere reden voor geheimhouding: indien deze zaak ruchtbaar werd, dan zou dit aan de vrijheid van keus van de anderen nabestaande kunnen schaden, hij zou het als een reden kunnen opgeven, om Ruth te weigeren, dat Boaz en zij tezamen waren geweest.
2. Hij zond haar weg met een goed geschenk in koren, dat aan haar arme moeder tehuis zeer welkom zijn zal, en haar tot bewijs zal wezen, dat hij haar niet in misnoegen had weggezonden, hetgeen Naomi had kunnen denken, indien hij haar ledig had weggezonden. Hij gaf het haar in haar sluier, of voorschoot, of schorteldoek, gaf het haar bij maten, als een wijs korenheer hield hij rekening van alles wat hij uitgaf.
Het waren zes maten, dat is: zes gomers naar verondersteld wordt, waarvan er tien in een efa gingen. Welke maat het nu ook moge geweest zijn, waarschijnlijk gaf hij haar zoveel als zij kon dragen, vers 15. En de Chaldeër zegt: De Heere gaf haar kracht om het te dragen, en voegt er bij, dat haar thans door de geest van de profetie werd meegedeeld, dat uit haar zes van de rechtvaardigste mannen van hun tijd zouden voortkomen, namelijk: David, Daniël, diens drie metgezellen en de Koning Messias. II. Hoe zij door haar schoonmoeder werd verwelkomd. Zij vroeg haar: "Wie zijt gij, mijn dochter? Zijt gij een bruid, of zijt gij het niet? Moet ik u gelukwensen?" Zo zei Ruth haar dan hoe de zaak stond, vers 16, 17. Waarop haar moeder:
1. Haar aanraadde om tevreden te zijn met hetgeen geschied was: Zit stil, mijne dochter, totdat gij weet hoe de zaak zal vallen. Hoe het besloten is in de hemel, leest hier de Chaldeër want daar worden de huwelijken gesloten. Zij had gedaan alles wat haar paste te doen, en nu moest zij geduldig de uitslag verbeiden, en er niet in verlegenheid om zijn. Laat ons hieruit leren onze zorgen op God te werpen, Zijn leidingen te volgen en er acht op te geven, in kalmte van gemoed de gebeurtenis af te wachten, met het vaste besluit er in te berusten, hoe zij ook zijn moge, soms blijkt datgene het best voor ons gedaan te zijn, wat het minst ons eigen doen is. "Daarom, zit stil, en zie hoe de zaak zal vallen, en zeg: Hoe zij ook zal vallen, ik ben er mee tevreden, en ben er toe bereid."
2. Zij verzekerde haar dat Boaz, deze zaak op zich genomen hebbende, er zich een getrouw en zorgzaam vriend in zou betonen. Hij zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleindigd hebbe. Hoewel het een drukke tijd voor hem was in het veld en op de dorsvloer, zal hij toch, op zich genomen hebbende haar te dienen haar zaak niet veronachtzamen. Naomi gelooft lat Ruth zijn hart gewonnen heeft, en daarom zal hij niet rusten vóór hij weet of zij al of niet de zijne wezen kan. Dit voert zij aan als een reden, waarom Ruth stil moet zitten en er niet in kommer om moet zijn, Boaz heeft de zaak op zich genomen, en hij zal haar gewis goed ten einde brengen. Nog veel meer reden hebben goede Christenen, in geen ding bezorgd te zijn, maar hun zorg op God te werpen, omdat Hij beroofd heeft voor hen te zorgen, en als Hij het doet, is het immers niet nodig dat wij het ook doen. "Zit stil, en zie hoe de zaak zal vallen, want de Heere zal het voor u voleindigen, en zal het u ten goede doen medewerken, Psalm 37:4, 5, 138:8., Stilzitten zal uw sterkte zijn, Jesaja 30. 7.