7. De HEERE is bij deze schrikwekkende heerlijkheid der openbaring Zijner heiligheid en gerechtigheid omtrent Zijne vijanden toch goed, Hij is ter sterkte, tot een veilig toevluchtsoord voor de Zijnen in den dag der benauwdheid, der verdrukking door de goddelozen, of gedurende de gerichten over deze, en Hij kent, verzorgt en beschermt hen, die op Hem van harte betrouwen.
Dit is een heerlijke troost in allen angst en in elke wederwaardigheid, dat, hoewel alles schijnt in elkaar te storten en alles gedaan ware, en er geen menselijke raad, hulp of redding meer ware, wij toch dezen troost kunnen vasthouden. Want Hij is goed en getrouw, en houdt, wat Hij toegezegd heeft, en staat ons bij in den nood, en kent ons, en noemt ons bij onzen naam, en kan ons niet vergeten; want Hij heeft ons in Zijne hand geschreven, en met het bloed van Zijnen teder beminden Zoon opgeschreven, en slaapt en sluimert niet, hoewel het soms schijnt, alsof Hij Zich had verborgen. Hij weet wel wanneer het beste is, en pleegt aan ons gene boze list, daarom moeten wij op Hem vertrouwen. Verschrik niet, als het zich laat aanzien, alsof Hij niet wilde, want Hij zal u openbaren, wat u het beste is. Laat Zijn woord u zeker zijn; al zei uw hart neen, zo vrees toch niet.
Tot hiertoe heeft de Profeet in `t algemeen Gods heiligheid, de schrik Zijner rechtvaardige gerichten, en Zijne daarin steeds doorblinkende goedheid geschilderd. Nu maakt hij de toepassing op Ninevé, en gaat van hier straks tot zijn eigenlijk thema, het gericht Gods over de vijandige wereldstad Ninevé over.
Het is in de profetie niet te doen om voorzegging van bijzondere facta, maar om voorstelling der wetten en leidingen der Goddelijke wereldregering, die openbaar worden uit het heilige wezen Gods, en daaruit, dat Hij de wereld regeert met het oog op Zijn rijk. Daarom begint ook onze Profeet zijne werkzaamheid, met het licht Gods te laten schijnen onder hetwelk hij zijne voorzegging aangezien en verstaan wil hebben. Het is te doen om vernietiging van enen vijand Gods, en wel van zulk enen, die op de ware en onbedriegelijke weegschaal Gods te licht is bevonden. Hij stelt het gericht van Ninevé in samenhang met het ééne Goddelijke wereldgericht, dat van de vernietiging der Egyptenaren aan de Rode zee tegelijk met de openbaring aan Zijn volk heeft plaats gehad, en eens eindigen zal met het laatste gericht van allen, die niet gehoord hebben.
Hier spreekt de Heere het weer door den Profeet uit, dat waar Hij een verzengende gloed is voor Zijne vijanden, Hij een toevlucht en sterkte is voor al degenen, die op Hem vertrouwen en tot Hem de toevlucht nemen. In den dag der benauwdheid, als Gods gerichten op aarde zijn, zal Hij een toevlucht zijn voor al degenen, die door het geloof tot Hem de toevlucht nemen.
Wie God voor de Zijnen erkent, die worden door den Heere gered in de ure des gevaars.