2. En vele Heidenen (de volheid der heidenen) zullenmet kracht opgewekt (
Zacharia 8:20) en vol verlangen henengaan, en de een tot den ander zeggen: Komt en laat ons niet meer onze stomme afgoden, maar opgaan tot den berg des HEEREN, waar Hij Zich volkomen heeft geopenbaard, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijne wegen, hoe een zondaar tot genade en zaligheid komt, en wij diensvolgens in Zijne paden wandelen, en het leven verkrijgen. Daarheen moet toch noodzakelijk iedere voet zich wenden, die zalig wil worden, want uit Zion alleen, de plaats, waar God Zich steeds aan Zijn uitverkoren volk heeft geopenbaard, zal de wet uitgaan, welke den mens aanwijst wie hij is, en hoe hij voor zijn God staat; en des HEEREN Woord dat hem toont, wie onze Heer God is en hoe een mens met Hem kan verzoend worden, zal alleen uit Jeruzalem komen. Van daar alleen moet de beantwoording van alle vragen, welke de zondaar omtrent den weg ten leven doet, komen.
1) Merk hieraan; Dezulken mogen vertroostingen verwachten, dat God hen zal leren, die vastelijk voorgenomen hebben, door zijn genade zo te doen, als zij geleerd zijn; dat tot dit einde een nieuwe betrekking aan de wereld zal bekend gemaakt worden, waarop de kerk zal gegrond zijn en waardoor menigeen tot de kerk zou gebracht worden, want uit Zion zal de wet uitgaan en des Heeren woord uit Jeruzalem.
Onder Wet en Woord wordt hier verstaan de leer der zaligheid, die van de Joden zou uitgaan tot de Heidenen. De wet is hier de wet des geloofs, het woord, het woord der genade. Vandaar dat er niet staat dat de wet uit Sinaï zou uitgaan, maar uit Zion. De ceremoniën zouden afgeschaft worden, en wat tot de Heidenen zou gebracht worden was hetzelfde wat de Profeet Jesaja noemt, de Wet en de Getuigenis.
De zaligheid is uit de Joden.