Johannes 10:19-21
Wij hebben hier het bericht omtrent de verschillende gevoelens van het volk betreffende Christus, naar aanleiding van deze rede. Er was verdeeldheid, een schisma, onder hen, zij hadden verschil van mening, waardoor ene gisting ontstond en partijen gevormd werden. Zulk ene gisting was ook reeds vroeger onder hen ontstaan, Hoofdstuk 7:43, 9:16, en waar eenmaal verdeeldheid is ontstaan, zal zij door de minste kleinigheid wederom opgewekt worden. Scheuren worden sneller gemaakt dan hersteld. Deze verdeeldheid werd veroorzaakt door de woorden van Christus, die, naar men zou denken, hen veeleer hadden moeten verenigen in Hem als het middelpunt, maar hen maakten zij onenig, gelijk Christus voorzien had, Lukas 12:51. Maar het is beter dat de mensen verdeeld zijn omtrent de leer van Christus, dan dat zij verenigd zijn in den dienst der zonde, Lukas 11:21. Zie hier, waarover nu deze twist liep.
I. Sommigen hebben bij deze gelegenheid in ongunstigen zin gesproken van Christus en van Zijne woorden, hetzij openlijk ten aanhore der menigte-want Zijne vijanden waren zeer onbeschaamd-of in stilte en onder elkaar. Zij zeiden: Hij heeft den duivel en is uitzinnig, wat hoort gij hem? Zij smaden Hem als een bezetene. De besten der mensen worden in de zwartste kleuren afgeschilderd. Hij is buiten zijne zinnen, hij ijlt en spreekt wartaal, waarnaar men niet meer moet luisteren dan naar een krankzinnige in een gekkenhuis. Zo gaat het nog: als iemand met ernst en aandrang in zijne prediking spreekt van een andere wereld, dan zegt men, dat hij een dweper, een geestdrijver is, zijne woorden en daden zullen aan een verhitte, ziekelijke verbeelding worden toegeschreven. 2. Zij bespotten Zijne hoorders: "Wat hoort gij hem? Waarom moedigt gij Hem aan door naar Hem te luisteren, acht te slaan op hetgeen Hij zegt?" Satan stort velen in het verderf door hun een afkeer in te boezemen van het woord en de inzettingen, en het als dom en onnozel voor te stellen, om er naar te horen en er gebruik van te maken. De mensen zouden zich niet aldus van het voor hen nodige voedsel laten wegspotten, maar wel laten zij zich wegspotten van hetgeen hun nog veel meer nodig is dan aardse spijze. Zij, die Christus horen en geloof mengen met hetgeen zij horen, zullen spoedig instaat zijn om rekenschap te geven waarom zij Hem horen.
II. Er waren anderen, die Hem en Zijne rede verdedigden, en die, hoewel de stroom sterk was, er tegen in durfden roeien. Hoewel zij wellicht nog niet in Hem geloofden als den Messias, konden zij het toch niet dragen Hem te horen belasteren. Als zij niets meer of niets beters van Hem konden zeggen, wilden zij toch dit betuigen en verklaren, dat Hij volkomen bij Zijn verstand was en geen duivel had, dat Hij noch zinneloos noch goddeloos was. De ongerijmde en meest onzinnige beschuldigingen, die soms tegen Christus en Zijn Evangelie geslingerd werden, hebben diegenen opgewekt om ten gunste van Hem te spreken, die anders noch voor Hem noch voor Zijn Evangelie grote genegenheid zouden gehad hebben. Zij beroepen zich op twee dingen:
1. De voortreffelijkheid Zijner leer: Dit zijn gene woorden eens bezetenen, het zijn geen ijdele woorden, waanzinnigen plegen zich niet van zulk ene taal te bedienen. Het zijn gene woorden van iemand, die gewelddadig door een duivel is bezeten, en ook evenmin van iemand, die vrijwillig in verbond is met den duivel." Als het Christendom niet de ware Godsdienst is, dan is het gewis het grootste bedrog, en indien het dit is, dan moet het van den duivel, den vader der leugen, zijn. Maar het is zeker, dat de leer van Christus gene leer is der duivelen, want zij is gericht tegen het rijk des duivels, en Satan is te listig om tegen zich zelven verdeeld te zijn. Er is in de woorden van Christus zoveel heiligheid, dat wij er uit kunnen besluiten, dat het gene woorden zijn van iemand, die een duivel heeft, en dus de woorden zijn van Enen, die van God was gezonden, gene woorden zijn van de hel, en dus woorden zijn van den hemel.
2. De kracht Zijner wonderen: kan ook de duivel, dat is: iemand die een duivel heeft, der blinden ogen openen? Noch waanzinnigen noch goddelozen kunnen wonderen doen. Duivelen zijn niet zodanige heren der natuur, dat zij zulke wonderen kunnen doen, noch zijn zij zodanige vrienden der mensheid, dat zij ze zouden willen doen, al zouden zij het ook kunnen. De duivel zal veeleer der mensen ogen uitsteken, dan ze openen. En dus had Jezus den duivel niet.