11. Uwe lippen, 1) o bruid! druppen met hare hartelijke, weldadige redenen van honingzeem, als het zoetste van den honing, wanneer hij van zelf uit de cellen der graten uitdrupt (
1 Samuël 14:27); alzo is ieder woord uwer lippen reine waarheid, wijsheid, zoetheid; honing en melk, de zinnebeelden van het beste, wat de liefde des Heeren Zijn uitverkoren volk op aarde gegeven heeft, is onder uwe tong, wanneer zij mij woorden van innige, trouwe liefde toefluistert, en de reuk uwer klederen, waarin mij geheel uw eigen wezen verkwikkend tegenademt, is als de frisse lavende reuk van Libanon met zijne balsem-geurige cederbossen (
Psalm 45:9.
Genesis 27:27).
1) Uwe lippen staat hier in plaats van, uw mond, als werktuig van het spreken. En waar nu gezegd wordt, dat zij druppen van honingzeem, en dat honing en melk is onder hare tong, daar wordt daarmee uitgedrukt, dat de Bruid niet om de woorden van liefde en hoogachting behoeft te zoeken, maar dat zij als het ware vlug van hare lippen vloeien. Waar de drang der liefde tot spreken dringt, daar heeft de gelovige ziele er behoefte aan, om de genade op velerlei wijze groot te maken, daar vloeien uit het hart over de lippen er vele woorden, om den naam des Heeren en Zijne onnaspeurlijke liefde te verheerlijken.