Filippenzen 1:12-20
Wij zien hier de zorg, welke de apostel neemt om te voorkomen, dat zij door zijn lijden zullen worden geërgerd. Hij was nu een gevangene te Rome, dat kon een struikelblok zijn voor hen, die door zijn dienst het Evangelie ontvangen hadden. Zij konden verzocht worden om te denken: Indien deze leer waarlijk uit God ware, dan zou God niet dulden dat iemand, die zo ijverig was in de verkondiging en verbreiding daarvan, als een veracht en gebroken vat ter zijde geworpen werd. Zij konden schuw gemaakt worden om zijne leer aan te nemen, met de gedachte dat zij straks zelf aan ongemak zouden blootgesteld worden. Om nu de ergernis des kruizes weg te nemen, bespreekt hij de donkere en harde zijde van zijn lijden, en toont aan dat het zeer verklaarbaar en met de wijsheid en goedheid Gods, die hem gebruikte, bestaanbaar was.
I. Hij leed door de gezworen vijanden des Evangelies, die hem in de gevangenis geworpen hadden en het op zijn leven toelegden. Maar zij mochten zich daaraan niet stoten, want er was reeds veel goeds uit voortgekomen en het diende tot bevordering des Evangelies. Hetgeen aan mij is geschied, is meer tot bevordering des Evangelies gekomen. Dat is een wonderbare beschikking van de Voorzienigheid, om zo groot een goed als de bevordering des Evangelies te doen voortkomen uit zo groot een kwaad als de gevangenschap van een apostel.
Ik lijd verdrukkingen tot de banden toe als een kwaaddoener, maar het Woord Gods is niet gebonden, 2 Timotheus 2:9. Zij kunnen het Woord Gods niet gevangen nemen, dat heeft zijn vrijen loop, ofschoon ik opgesloten ben. Maar hoe kwam dit?
1. Het beroerde degenen, die buiten waren, vers 13. Mijne banden in Christus zijn openbaar geworden in het ganse rechthuis en aan alle anderen. De keizer, de hovelingen, de overheidspersonen, zijn allen overtuigd dat ik niet lijd als een kwaaddoener, maar als een eerlijk man met een goed geweten. Zij weten dat ik lijd om Christus' wil, en niet om enige misdaad. Merk op:
A. Paulus' lijden maakte hem bekend aan het hof, waar men anders wellicht nooit van hem zou gehoord hebben, en dit kon aanleiding zijn, dat sommigen daar onderzoek instelden naar het Evangelie, waarvoor hij leed, dat ze anders misschien nooit zouden hebben leren kennen.
B. Indien zijne banden in het paleis bekend waren, werden ze overal elders bekend. De gevoelens van het hof hebben groten invloed op de gevoelens van het gehele volk.
2. Het vermeesterde allen, die er in waren. Zijne vijanden werden door zijn lijden verward, maar zijne vrienden werden er door aangemoedigd. De oprechten zullen hierover verbaasd zijn, en de onschuldige zal zich tegen den huichelaar opmaken. En de rechtvaardige zal zijn weg vasthouden, en die rein van handen is zal in sterkte toenemen, Job 17:8, 9. Zo ging het hier. Het merendeel der broederen in den Heere heeft door mijne banden vertrouwen gekregen, vers 14. De verwachting van moeilijkheden ter wille van het geloof, kon in het algemeen hen wellicht verslagen maken en ontmoedigen, maar toen zij Paulus om Christus wil gevangen zagen, waren zij zover van tegengehouden te worden in de prediking van Christus en de verheerlijking van Zijn naam, dat ze er des te stoutmoediger door werden, want in Paulus' gezelschap konden zij met blijdschap lijden. Indien zij van den kansel naar de gevangenis gevoerd werden, konden zij daarmee verzoend zijn, omdat zij in zo goed gezelschap kwamen. Buitendien, de vertroosting, welke Paulus in zijn lijden genoot, de buitengewone ondersteuning van Christus in zijn droefenis, bemoedigde hen grotelijks. Zij zagen dat zij, die Christus dienden, een goeden Meester dienden, die hen kon steunen en door helpen in hun lijden voor Zijn zaak. Vertrouwen gekregen hebbende door mijne banden, pepoithotas. Zij waren ten volle voldaan en overtuigd door hetgeen zij zagen. Merk op de macht der goddelijke genade, hetgeen de vijand bedoeld had tot ontmoediging der verkondigers van het Evangelie, was juist gebruikt om hen aan te moedigen. En zij durven overvloediger het woord onbevreesd spreken. Zij zien er het ergste van en daarom durven zij het wagen. Hun vertrouwen geeft hun moed, en hun moed verlost hen van de macht der vrees.
II. Hij leed door valse vrienden zowel als door vijanden, vers 15, 16. Sommigen prediken ook wel Christus door nijd en twist. Genen verkondigen wel Christus uit twisting, niet zuiver. Dit kon ook een struikelblok zijn en velen ontmoedigen, dat er waren die Paulus' bekendheid in de gemeenten en zijn aanzien bij de Christenen benijdden, en daarom trachtten hem te ondermijnen en te vervangen. Het was hun heimelijk aangenaam dat hij gevangen gezet was, omdat zij nu beter gelegenheid hadden de genegenheid der mensen tot zich te trekken, en zij predikten gedurig, ten einde de beroemdheid te verkrijgen, die zij hem benijdden. Menende aan mijne banden verdrukking toe te brengen. Zij meenden hem daardoor te bedroeven en hem bevreesd te maken, dat hij zijn aanzien verliezen zou, hem onrustig in zijn gevangenschap te doen zijn en met ongeduld naar vrijlating te doen haken. Het is treurig dat er mensen gevonden werden, die het Evangelie beleden, het zelfs verkondigden, die door zulke beginselen geleid werden, die Christus verkondigden om Paulus te grieven en zijn gevangenschap te verzwaren. Laat het ons niet vreemd voorkomen, dat in deze latere en meer ontaarde eeuwen van de gemeente er ook dezulken zijn. Evenwel, er waren ook anderen, die door Paulus' lijden aangevuurd werden om Christus des te ijveriger te verkondigen. Sommigen ook door goedwilligheid, sommigen uit liefde, uit oprechte liefde voor het Evangelie, opdat het werk niet zou stilstaan terwijl de werkman verhinderd werd. Wetende, dat ik tot verantwoording van het Evangelie gezet ben. Zij wisten dat hij gesteld was om het Evangelie te brengen en te verbreiden in de wereld, tegen alle geweld en tegenstand der vijanden in, en waren nu bevreesd dat het Evangelie door zijn gevangenschap lijden zou. Dat maakte hen stoutmoediger in de verkondiging van het Woord en om het gebrek zijner bediening aan de gemeente aan te vullen.
III. Het is zeer aangenaam te zien hoe rustig hij onder dit alles was. Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd, en daarin verblijd ik mij, ja ik zal mij ook verblijden, vers 18. De verkondiging van Christus is de blijdschap van allen, die de komst van Zijn koninkrijk verlangen. Omdat het zo velen goed doen kan, moeten wij ons over alle verkondiging verheugen, ook al geschiedt die onder een deksel en niet zuiver. Het is Gods bevoegdheid over de beginselen der mensen te oordelen, dat ligt boven ons bereik. Paulus was er zo ver van af om hen te benijden, die de vrijheid hadden het Evangelie te verkondigen terwijl hij gevangen zat, dat hij zich verheugde over die verkondiging, al geschiedde die onder een voorwendsel en niet in oprechtheid. Hoe behoren wij ons dan te verblijden over hen, die het in oprechtheid verkondigen, al geschiedt dat ook in zwakheid en met sommige onjuistheden. Twee dingen verblijdden de apostel in deze verkondiging van het Evangelie.
1. Ten eerst dat zij strekte tot redding van de zielen der mensen: Ik weet, dat dit mij ter zaligheid gedijen zal, vers 19. Merk op: God kan het goede uit het kwade voortbrengen, èn hetgeen niet dienen kan tot zaligheid van de dienaren, kan daarom toch wel gedijen tot zaligheid voor de hoorders. Welke beloning kunnen zij verwachten, die Christus prediken uit nijd, en twisting, en onzuiver, teneinde verdrukking toe te brengen aan de banden van een getrouwen dienaar? Zij, die verkondigen onder een deksel en niet naar waarheid? En toch kan dat gedijen tot zaligheid van anderen, en Paulus verheugt er zich over dat het ook tot zijne zaligheid gedijen zal. Dit is een van de dingen, die met de godzaligheid gevoegd zijn: instaat te zijn over de verkondiging van Christus ons te verblijden, al geschiedt die ook ter afbreking van onzen eigen goeden naam. Deze edele gemoedsgesteldheid woonde in Johannes den Doper, bij de eerste prediking door Christus: Deze mijne blijdschap is vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik minder worden, Johannes 3:29, 30. Laat Hem schijnen, dan mag ik verdonkeren, laat Zijn heerlijkheid verhoogd worden, al is het door mijn ondergang. Anderen verstaan deze uitdrukking zo: dat de boosheid van zijn vijanden zal verslagen worden en daardoor medewerken tot zijne bevrijding uit de gevangenis. Door uw gebed en toebrenging des Geestes van Jezus Christus. Wat ons ook ter zaligheid gedijt, het is alleen door de hulp en bijstand van den Geest van Christus, en het gebed is het aangewezen middel om deze hulp te verkrijgen. De gebeden van de leden kunnen helpen om de dienaren den bijstand des Geestes te verstrekken en hen te steunen in de verkondiging des Evangelies, zowel als in het dragen van hun lijden.
2. Omdat het zou dienen tot verheerlijking van Christus, vers 20. Hij gebruikt deze gelegenheid om uitdrukking te geven aan zijn algehele toewijding aan den dienst en de eer van Christus. Volgens mijne ernstige verwachting en hoop, dat ik in gene zaak zal beschaamd worden. Merk hier op:
A. De grote begeerte van iedere waren Christen is, dat Christus mag groot gemaakt en verheerlijkt worden, dat Zijn naam verhoogd worde en Zijn koninkrijk kome.
B. Zij, die waarlijk begeren dat Christus zal groot gemaakt worden, verlangen dat Hij groot gemaakt worde in hun lichaam. Zij stellen hun lichamen tot een levende offerande, Romeinen 12:1, en hun leden Gode tot wapenen der gerechtigheid, Romeinen 6:13. Zij zijn gewillig om tot bereiking van Zijn doel te dienen en werktuigen voor Zijne verheerlijking te zijn, met elk lid van hun lichaam zowel als met elk vermogen hunner ziel.
C. Het strekt zeer ter verheerlijking van Christus, indien wij Hem vrijmoedig dienen en ons voor Hem niet schamen, met vrijmoedigheid des geestes en zonder ontmoediging. Dat ik in gene zaak zal beschaamd worden, maar dat in alle vrijmoedigheid Christus groot gemaakt worde. De vrijmoedigheid der Christenen is de eer van Christus.
D. Zij, die de verheerlijking van Christus begeren en ten doel hebben, maken die tot hun verwachting en hoop. Indien zij er waarlijk naar staan, zullen zij die ook zeker bereiken. Indien wij in oprechtheid bidden: Vader, verheerlijk uwen naam! dan kunnen wij verzekerd zijn van hetzelfde antwoord, dat Christus ontving: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nog verheerlijken, Johannes 12:28.
E. Zij, die begeren dat Christus in hun lichamen groot gemaakt worde, hebben een heilige onverschilligheid: hetzij door het leven, hetzij door den dood. Zij laten het aan Hem over op welke wijze Hij hen dienstbaar maken wil aan Zijne verheerlijking, hetzij door hun moeiten en lijden, door hun ijver of geduld, door hun leven om Hem ter ere te werken, of door hun dood, om Hem ter ere te sterven.