3
Johannes 9-11
I. Hier is een geheel ander voorbeeld en karakter, een dienaar in de kerk, minder edelmoedig en mededeelzaam dan de Christenen. Dienaren kunnen soms overtroffen worden. Wat dezen dienaar aangaat, zien wij:
1. Zijn naam, een heidense naam: Diotrefes, die een onchristelijk gemoed vergezelt.
2. Zijn gemoedsgesteldheid, vol hoogmoed en naijver. Hij zoekt onder hen de eerste te zijn. Deze gisting ontstond en werkte meermalen. Het is zeer slecht en onbetamelijk in Christus' dienaren te zoeken de eersten te zijn en de vooraanzitting en de regering in de gemeente Gods na te jagen..
3. Zijn gedrag jegens het gezag, den brief en de vrienden van den apostel.
A. Zijn gezag. De werken, die hij doet, tegen hetgeen wij bepalen, met boze woorden snaterende tegen ons. Het schijnt misschien vreemd dat dit wangedrag zo ver gaan kon! Maar naijver broeit allerlei kwaad uit tegen allen, die er tegen ingaan. Boosheid en onwil in het hart zijn zeer bereid om zich door de lippen te openbaren. Op hart en lippen beide moet gelet worden.
B. Zijn brief. Ik heb aan de gemeente geschreven, namelijk om die en die broederen aan te bevelen. Maar Diotrefes neemt ons niet aan, Iaat onzen brief en het daarin vervatte getuigenis niet toe. Het schijnt dat dit de gemeente is, waartoe Gajus behoorde. Een evangelische gemeente is een lichaam, waaraan een brief kan worden geschreven en meegedeeld. De Evangelische gemeenten hebben het recht geloofsbrieven te verlangen van degenen, die in haar midden wensen toegelaten te worden. Naar het schijnt schreef de apostel en zond den brief door deze broederen. Voor een naijverigen, heerszuchtigen geest heeft het gezag of de brief van een apostel slechts geringe waarde.
C. Zijn vrienden, de broederen, die hij aanbeval. Hij ontvangt zelf de broeders niet, en verhindert degenen, die het willen doen, en werpt ze uit de gemeente, vers 10. Er zullen waarschijnlijk enige verschillen of verschillende gewoonten tussen de Christenen uit de Joden en die uit de heidenen geweest zijn. Dienaren moeten nauwkeurig nagaan welke verschillen geduld moeten worden. De dienaar heeft geen volstrekte vrijheid en is geen heer over de kudde. Het is verkeerd wanneer wij zelf geen goed doen, maar nog erger hen te verhinderen, die goed doen willen. Kerkelijke macht en kerkelijke ban zijn zeer dikwijls misbruikt. Velen zijn uit de gemeente geworpen, die men zeer gaarne en met open armen had moeten ontvangen. Maar wee over hen, die de broederen uitwerpen, welke de Heere Christus in Zijn eigen gemeenschap en in Zijn koninkrijk aannemen zal.
4. De bedreiging des apostels van dezen trotsen overheerser. Daarom, indien ik kom, zo zal ik in gedachtenis brengen zijne werken, die hij doet, vers 10, ik zal in gedachten brengen om hem in den ban te doen. Dit doet denken aan het apostolisch gezag. Maar de apostel zal daarin niet alleen en op eigen gezag handelen als een bisschop, die Diotrefes voor zich daagt, hij zal komen om van de zaak kennis te nemen in de gemeente tot welke de overtreder behoort. Daden van clericale overheersing en tirannie moeten altijd vermeden worden. Beter laat men de handeling over aan hem, die er het recht toe heeft. II. Hier is de raad naar aanleiding van dit slechte karakter, zich onthouden van zulk een voorbeeld na te volgen, en inderdaad van alle kwaad. Geliefde, volg het kwade niet na, maar het goede, vers 11. Volg zulk een onchristelijk, verderflijk voorbeeld niet, integendeel, volhard in goedheid, wijsheid, reinheid, vrede en liefde. Waarschuwing en raad zijn niet overbodig voor hen, die alreeds goed zijn. Die waarschuwing en raad hebben de meeste kans van aangenomen en opgevolgd te worden, die met liefde gegeven worden. Geliefde, volg het kwade niet na. Hier wordt een raad en een reden bijgevoegd.
1. De raad: Volg het goede na, want hij die goed doet (natuurlijk en oprecht goed doet) en zich daarin verheugt, is uit God, is uit God geboren. De praktijk van het goeddoen is het bewijs van onze heerlijke betrekking tot God als Zijne kinderen.
2. De waarschuwing: Volg niet het kwade na, want die kwaad doet (het met hart en ziel volbrengt) heeft God niet gezien, is niet in aanraking met Zijn heilige natuur en wil. Kwaaddoeners wenden ijdelijk voor en roemen vergeefs op gemeenschap met God.