2. Geliefde! voor alle dingen, die het uitwendig leven aangaan, wens ik, dat u wat het lichaam betreft, welvaart en gezond bent (vgl.
1 Timotheus 5:23), zoals in geestelijk opzicht uw ziel welvaart.
Is de Heilige Schrift als het glansrijk diadeem rondom het hoofd van de kerk, de uitverkoren bruid van de Heere, in dat hoofdsieraad trekken naast kostbare hoofddiamanten ook kleiner juwelen ons oog. Daartoe behoren die korte, kernachtige geschriften van sommige Godsmannen, die niet zo meteen in het oog vullen, maar niettemin onschatbare bijdragen bevatten tot kennis van de schrijvers niet alleen, maar van geheel de geest van de apostolische eeuw. Dat geldt bijvoorbeeld voor Paulus' brief aan Filemon, maar geldt het niet ook voor Johannes' schrijven aan de geliefde Gajus, dat voor ons ligt? Bij oppervlakkige beschouwing slechts een vluchtig gelegenheidsschrift; en toch, hoe rijk aan belangrijke trekken, hoe echt menselijk en echt Christelijk tevens reeds in de eenvoudige aanhef! Mogelijk zou iemand van ons aan een meer geestelijke heilgroet de voorkeur geven, maar toch, wat genot zou Gajus gesmaakt hebben van "genade en vrede", hadden ziekte van lichaam en geest hem daarvoor onvatbaar gemaakt? De grijze apostel van de liefde is zo eenzijdig geestelijk niet, als sommige dwepers van later tijd, die het lichaam verachtten en verwaarloosden, om uitsluitend aan hogere belangen te denken. Zeker heeft hij ook bij ervaring geweten, hoe nauw lichaam en geest zijn verbonden en hoe de toestand van het eerste de laatste beletten kan de vleugels uit te slaan. Daarom wenst hij voor zijn vriend, wat ook de oude Romeinen bij uitnemendheid wenselijk keurden "een gezonde ziel in een gezond lichaam", of liever nog een welstand van het lichaam, aan de zielsgezondheid gelijk, waarin zich reeds deze voortreffelijke broeder verheugde. Gezond naar ziel en lichaam, u acht dit toch geen onbereikbaar ideaal, al geven wij dadelijk toe, dat het een even zeldzame, als begeerlijke zegen is? Zeker, van nature zijn wij allen ziek door de zonde en ook wanneer ons van de hemelse Zielarts de genezende handen zijn opgelegd, zodat de kracht van de ziekte gebroken is, verder dan tot de klasse van de aanvankelijk herstellenden brengen wij in dit Bethesda het niet. Menig Christen heeft daarbij nog de pijn van een scherpe doorn in het vlees, zoals Timotheus last had van zijn maag en zijn menigvuldige zwakheden. Lang na de bekering doen zich soms de gevolgen van vroegere zonden op gevoelige wijze gelden en ook waar de geest zich gemakkelijk tot de woonstede in de hemel verheft, moet menigeen met Paulus in de aardse tabernakel zuchten, bezwaard zijnde. Toch is het van de andere zijde even waarachtig, dat een kalme vrede van de ziel weldadig op het lichaam terugwerkt en dat oprechte godsvrucht de mens vooral in de gevaarlijkste en beste jaren van het leven voor niet weinig bewaart, dat voor de welstand van ziel en lichaam beide verderfelijk is. "De vreze van de Heere vermeerdert de dagen, maar de jaren van de goddelozen worden verkort" (Spreuken 10:27)". Zeker, ook daar, waar het tot ons als tot de herstelden lijder gezegd kan worden, ten aanzien van onze inwendige mens: Zie u bent gezond geworden, daar is het er, helaas, nog ver van verwijderd, dat de Christen zich altijd even welvarend naar de ziel zou voelen en tonen. Er zijn in het geestelijk leven kleine kinderziekten van de gelovigen, soms lastig genoeg voor hen zelf en anderen; er zijn jeugdige misstappen van de jongeling in Christus, die de geestelijke welstand een tijd lang belemmeren en terugzetten kunnen, er zijn mannelijke ziektetoestanden en kwalen van de oude dag, ook op het gebied van het zielenleven, gemakkelijker betreurd dan gestuit. Nochtans, waar de Heere een goed werk heeft begonnen, daar voltooit Hij dat op Zijn tijd ook zeker en de genade, die ons herenigd met God, herstelt ook is de kleine wereld daarbinnen het verbroken evenwicht van vermogens, krachten en gaven en doet allen harmonisch samenwerken tot dagelijkse verheerlijking van God. En als nu langs die weg een geheiligd verstand bestuurd mag worden door een krachtige wil; als een gezuiverd gevoel onder de tucht mag staan van een sprekend geweten, als een levendige verbeelding in de dienst mag treden van een wel verzekerd geloof en het rein bewaarde lichaam bij dat alles tot een woon- en werkplaats van de Heilige Geest mag strekken, ziet dan mogen wij aanvankelijk danken, dat de wens van Johannes aan Gajus ook aan ons in vervulling gegaan is en bij al, wat ook in dat opzicht ten dele is, mogen wij met stil vertrouwen het volmaakte van de dag van de toekomst verwachten. Hoe is het echter heden met ons, die ons een ogenblik in stil gepeins tegenover deze zinrijke vriendengroet plaatsen? In vierderlei toestand kan hij ons vinden; het komt er slechts op aan, zichzelf te kennen, of wij zijn innerlijk ziek, zowel naar lichaam en ziel. Deerniswaarde broeders of zusters, uw toestand zou hopeloos zijn, was u de weg tot de Hemelse Medicijnmeester afgesneden! Of lichamelijk gezond, maar geestelijk ziek door de macht van de zonde. Och of die kloeke krachten nog eens aan iets beters, dan aan de dienst van de wereld gewijd waren of omgekeerd, welvarend naar de ziel, maat mat en ziek naar het lichaam. Dank God, dat het niet omgekeerd is en bid Hem, dat de beproeving geheiligd wordt! Of, als Gajus, welvarend naar lichaam en geest. Gezegende! wees als hij tot een zegen en stel de gezondheid van uw ziel op geen enkele proef, waaraan u die van uw lichaam niet wagen zou.