2 Petrus 2:1-3
I. In het slot van het vorige hoofdstuk werd melding gemaakt van de heilige mensen Gods, die leefden in de tijden van het Oude Testament en werden gebruikt als de schrijvers van den Heiligen Geest bij het mededelen van de heilige godsspraken. Maar in den aanvang van dit hoofdstuk zegt de apostel hun dat er evenals toen, valse profeten in de kerk zijn zowel als ware. In alle tijden van de kerk en onder elke bedeling, wanneer God ware profeten zendt, laat de duivel anderen komen om te bedriegen en te verleiden: valse profeten onder het Oude Testament, en valse Christussen en valse apostelen en verleidende leraars onder het Nieuwe. Hieromtrent valt op te merken:
1. Hun werk is het invoeren van grove dwalingen, zelfs verderflijke ketterijen, gelijk het werk der van God gezonden leraren is den weg der waarheid, den waren weg ten eeuwigen leven, te wijzen. Het zijn verderflijke ketterijen zowel als verderflijke praktijken, en valse leraars zijn zeer ijverig in het verspreiden van grove dwalingen.
2. Ergerlijke ketterijen worden gewoonlijk bedektelijk ingevoerd onder den mantel en den schijn van waarheid.
3. Zij, die ergerlijke ketterijen invoeren, verloochenen den Heere, die hen gekocht heeft. Zij verwerpen en weigeren te horen naar en te leren van den groten leraar, dien God gezonden heeft, ofschoon Hij de enige Zaligmaker en Verlosser der mensen is, die een prijs betaald heeft voldoende om zoveel werelden vol zondaren te redden als er zondaren op de wereld zijn.
4. Zij, die verderflijke ketterijen aan anderen brengen, brengen daardoor zeer zeker een haastig verderf over zich zelven. Zelfverwoesters worden spoedig verwoest, en zij, die verhard genoeg zijn om verderflijke ketterijen bij anderen in te voeren, zullen zeker en plotseling verwoest worden, zonder enig herstel.
II. Hij gaat in het tweede vers er toe over om ons mede te delen wat daarvan de gevolgen voor anderen zullen zijn. Er hieruit kunnen wij leren:
1. Bedorven leraars zijn zelden zonder velen, die hen volgen, ofschoon de weg van dwaling een verderflijke weg is, zijn toch velen bereid om er op te wandelen. De mensen drinken de ongerechtigheid in als water en hebben er behagen in om in dwaling te leven. De profeten profeteren valselijk en het volk heeft het gaarne alzo.
2. De verbreiding van de dwaling zal maken dat de weg der waarheid gelasterd wordt, de weg der verlossing door Jezus Christus, die de weg, de waarheid en het leven is. De Christelijke godsdienst komt van den God der waarheid als haar oorsprong, leidt tot ware gelukzaligheid in de genieting van den waren God als doel, en werkt waarheid in het binnenste om Gode welbehaaglijk te dienen als middel. En toch wordt die weg der waarheid verbasterd en gelasterd door hen, die verderflijke dwalingen aanhangen en verspreiden. Dit voorzegt de apostel als iets, dat zeker komen zal. Laat ons dus niet geschokt worden wanneer wij in onze dagen iets dergelijks zien, maar zorg dragen dat wij aan den vijand geen oorzaak geven om den heiligen naam te lasteren, die over ons aangeroepen is, of kwaad te spreken van den weg, waardoor wij hopen zalig te worden. III. Let vervolgens op de wijze, waarop verleiders leerlingen achter zich trekken. Zij gebruiken gemaakte woorden. Zij vleien en bedriegen door schone woorden en fraaie redevoeringen de zielen der eenvoudigen, hen overhalende om volkomen geloof te schenken aan de meningen, welke deze verleiders trachten te verbreiden. Dezen verkopen en leveren zich zelven aan het onderricht en de leiding van die valse leraren, die een koopmanschap van hun volgelingen maken, en door hen zogenaamd te dienen voordeel van hen behalen. Want het geschiedt alles uit gierigheid, met de begeerte en het voornemen om meer weelde, of aanzien, of aanbeveling te verkrijgen door het toenemen in aantal van hun volgelingen. De getrouwe dienaren van Christus, die den mensen den weg der waarheid wijzen, verlangen naar het voordeel van hun volgers, dat zij zalig mogen worden, maar deze verleidende leraars begeren alleen hun eigen voordeel en wereldse grootheid.