9. Een ieder, die overtreedt, die afwijkt en overgaat tot die verleiders, zodat hij hun leer aanneemt, (volgens betere lezing "die verleidt en niet blijft in de leer van Christus' wezen en persoon, die heeft, volgens hetgeen ik in
1 Johannes 2:23 gezegd heb, God niet, die heeft geen God voor zijn ziel; die in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader en de Zoon (
1 Johannes 2:24).
De verleiders kunnen iemand het overtreden of afwijken van de zuivere waarheid zo zoet en licht voorstellen. Om daarvan af te schrikken stelt de apostel iets zwaars voor: men verliest er God door, men heeft dan geen God meer! Wat dan de mens van God in zijn gedachte en in belijdenis van de lippen overblijft, doet hem geen voordeel meer. Hij heeft geen gemeenschap met Hem, geen wandelen in Zijn licht. Elders wordt gezegd: het woord en de leer van Christus blijft in ons; men kan echter ook zeggen: wij, met de overgave van ons hart, met onze gehoorzaamheid en blijdschap in de leer van Christus, blijven in deze, en hebben dus de Vader en de kennis van de liefde, die God tot ons heeft en waarin Hij ons de Zoon heeft geschonken en hebben ook de Zoon, die in de wereld is gezonden tot verzoening van onze zonden en in Hem een voorspraak bij de Vader.