1 Timotheus 5:1-2
Hier geeft de apostel aan Timotheus en in hem aan de andere dienaren enige regelen betreffende het bestraffen. Dienaren zijn bestraffers krachten hun bediening, het is een deel, en wel het onaangenaamste deel van hun dienst, zij moeten het woord prediken, bestraffen en vermanen, 2 Timotheus 4:2. Een groot onderscheid moet gemaakt worden in onze bestraffingen, overeenkomstig leeftijd, hoedanigheid en andere omstandigheden, van de te bestraffen personen. Zo moet een oudere in jaren of in bediening behandeld worden als een vader. Ontfermt u wel eniger, onderscheid makende, Judas 22.. De regelen zijn:
1. Wees zeer teder in het bestraffen van een man, ouder in jaren of ouder in dienst. Men moet eerbied hebben voor hun leeftijd en plaats, en daarom moeten zij niet scherpelijk of meesterachtig bestraft worden. Timotheus, ofschoon een evangelist, moest hen als vaders behandelen, want dat zou de meeste kans bieden om invloed op hen te hebben en hen te winnen.
2. De jongere mannen moesten bestraft worden als broeders, met liefde en tederheid, niet met begeerte om fouten en gebreken uit te vinden, maar met den wil om hen ten beste te leiden. Er is veel tederheid nodig om hen, die het verdienen, te bestraffen op de rechte wijze.
3. De oude vrouwen moesten, zo het nodig bleek, als moeders bestraft worden. Twist tegen ulieder moeder, twist, Hosea 2:1.
4. Ook de jonge vrouwen moeten bestraft worden, maar bestraft als zusters in alle reinheid. Indien Timotheus, die zo der wereld en het vlees met zijne begeerlijkheden afgestorven was, zulk ene vermaning nodig had, hoeveel te meer wij!