15. Het vuur zal u aldaar in deze uwe vestingwerken verteren; het zwaard zal u uitroeien, het zal u, zo zult gij zonder tegenweer zijn, afeten, als de kevers, ene soort van sprinkhanen (
Joël 1:4), die al het kruid der velden kaal afvreten; vermeerder u als kevers, vermeerder u, maak dichte, talrijke zwermen als sprinkhanen.
Volgens oude berichten liet de koning, aan redding wanhopende, zelf zijn burg in brand steken, en verbrandde hij die met zijne vrouwen en alle opgehoopte schatten (vgl. Jesaja 30:33).