6. Wie, die in zonde ontvangen en geboren is, zal voor Zijne gramschap staan? en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan(
Jeremia 10:10)? Zijne grimmigheid, wanneer die zich over den zondaar ontlast, is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld. Er is niets vast voor Hem, dat Hem zou kunnen weerstaan. Hij alleen is de vaste en zekere; voor Hem is alles als wolken en rook.
Welk ene majesteit! Nu, die dezen kent als Nahum, en weet, dat Hij voor hem is, die kan getroost zijn, en over Ninevé en Babel en de gehele wereld zich hoog verheffen. Dat kan echter alleen een mens, wanneer hij te voren Gods toorn aan zijne ziel heeft leren kennen, en alles, aardbeving en vuurstromen ervaren heeft, en daarna door God is begenadigd. Heeft men dezen God voor zich, zo hebben wij de gehele wereld, die tegen ons en boven ons was, en uitwendig nog is, onder ons.
Zie, hoe verschrikkelijk Gods toorn en majesteit is. En gij, zondaar! zondigt dagelijks voort, en vreest niet voor dezen toorn van uwen Schepper, en wilt niet weten, dat deze lichaam en ziel kan verderven in de hel.
Onder sommige der uitwerkingen van Gods mishagen, mag een mens het uithouden in deze wereld, maar de hittigheid van Zijn toorn, wanneer zij onmiddellijk op de ziele hecht, wie kan die verdragen? Laat ons daarom voor Hem vrezen, laat ons achting voor Hem hebben en niet zondigen.