12. Zegt dan in naam des Heeren, die dit aan u doen zal, tot uwe weer begenadigde, verloste broederen: Ammi, Mijn uitverkoren, geliefd volk, en tot uwe bekeerde zusteren: Ruchama, ontferming, gij zijt in genade aangenomen.
Gods kinderen wachten biddend, wakend en werkend op Gods tijd.
Met zulk een heerlijk uitzicht wordt dit Godswoord besloten, en stellen wij ons nu deze gehele familie van den Profeet voor ogen, zo was zij wel een veel beduidend teken voor het gehele volk. De moeder toonde den jammer van het tegenwoordige op schrikwekkende wijze aan; de kinderen stelden de gehele toekomst voor ogen, zo als die te wachten was en vreselijk genoeg luidde die drievoudige bedreiging. Maar de Profeet zelf was ook nog aanwezig, deze Hulp, en rijk genoeg in vertroosting, schitterde in de verste toekomst, na een langen droevigen nacht, de zaligheid, waarvan Hosea zelf het onderpand was. Dit woord Gods is een ernstig woord, dat alle gerustheid en vermetelheid moest vernietigen, en toch ook weer genoeg vertroosting aanbood voor alle heilbegerige, troostbehoevende harten.
Dat deze grote belofte van de begenadiging en wederopname van Israël, tot volk van den levenden God, en de daarmee verbondene toezegging van de talloze vermeerdering des volks niet in het terugkeren der tien stammen uit de ballingschap naar Palestina vervuld Is, ligt voor de hand. Het kunnen slechts zeer weinigen geweest zijn, die zich aan de onder Zerubbabel en Jozua terugkerende Judeërs hebben aangesloten, zodat de geschiedboeken niets van hen melden. Het terugkeren uit de ballingschap en de vereniging van degenen, die uit het noordelijk, en van hen, die uit het zuidelijk rijk afstamden onder het ene hoofd Zerubbabel, was slechts een zwak begin der vervulling. Ook in de bekering der Apostelen en der overige gelovigen uit Israël tot Christus, is slechts een verder begin der vervulling van deze profetie aanwezig. De volkomene vervulling hebben wij nog te wachten, wanneer de volheid der heidenen zal zijn ingegaan, wanneer dan ook geheel Israël zich tot den levenden God zich zal bekeerd hebben en één hoofd, namelijk den Heere Jezus Christus, zich tot Koning zal hebben verkoren (Romeinen 11:25). Dan zal het volk ten derden male uit Egypte, waarin het verstoten is, door de woestijn, in welke de Heere Zich over hen ontfermt (Openbaring 2:6 optrekken in het heilige land, het hemelse Kanaän, waar het Lam Gods en de Leeuw uit Juda eeuwig hun koning zal zijn. De drie stations; Egypte, woestijn en Kanaän blijven eeuwig aanwezig, maar het gaat van het ene tot het andere alleen met de voeten des Geestes, niet, zo als onder het Oude Verbond, tevens met de voeten des lichaams.
Ook in de bekering der heidenen wordt deze voorspelling vervuld, want ieder bekeerd Christen is in waarheid Abrahams zaad, en behoort tot de menigte der kinderen Israëls, die als het zand aan de zee zullen worden. Wat Israël zelf betreft, zo is de vervulling der profetie ene voortgaande, die niet eer stilstaat, voordat het gehele verlossingsplan van God volbracht is. Zij begon te Babel, zij ging voort bij de verschijning van Christus, dien velen uit Juda en Israël zich tot een hoofd, tot gemeenschappelijk leidsman naar Kanaän stelden, zij wordt nog dagelijks verwezenlijkt in iederen Israëliet, die hun voorbeeld volgt, zij zal eens hare gehele vervulling verkrijgen en het laatste en grootste bewijs der getrouwheid van God omtrent Israël, die door het Nieuwe Testament even zo gewaarborgd is, als door het Oude.
Wanneer Paulus en Petrus (Romeinen 9:25. 1 Petrus 2:10 deze profetie van Israël's wederaanneming aanvoeren, ten bewijze voor de roeping der heidenen tot het kindschap van God en Christus, zo is dit niet slechts een overbrengen van hetgeen oorspronkelijk Israël geldt, op de heidenen, maar het is een bewijs, dat consequent uit de hoofdgedachte onzer profetie voortkomt. Israël was door zijnen afval den heidenen gelijk geworden, uit het genadeverbond der Heeren vervallen. Alzo was de wederaanneming der Israëlieten tot kinderen Gods, een feitelijk bewijs daarvoor, dat God ook de heidenwereld tot Zijne kinderen aanneemt.